BWBR0009481
Geldig vanaf 1998-03-29
Artikel 7
Examenreglement vliegtuigonderhoudstechnicus
1. Namens de voorzitter nodigt de secretaris ten minste zes weken voor de aanvang van het examen de examinatoren uit voor deelname aan het examen en voor het opstellen van de schriftelijke examenopgaven.
2. Deze opgaven worden samengesteld over een zo groot mogelijk gedeelte van de in de exameneisen vervatte onderwerpen opdat een zo goed mogelijk beeld kan worden verkregen van de kennis van de kandidaat. Zij worden door de voorzitter vastgesteld. De met het opstellen van vragen belaste examinatoren nemen afdoende maatregelen ter geheimhouding van de door hen opgestelde opgaven.
3. Het hoofd van het secretariaat is ervoor verantwoordelijk dat de examenopgaven onder geheimhouding worden uitgetypt, vermenigvuldigd en in verzegelde enveloppen worden bewaard om bij de aanvang van het examen aan de voorzitter ter hand te worden gesteld.
4. De secretaris zorgt in overleg met de voorzitter voor een examenrooster, waarin vermeld worden de tijdstippen waarop de examens in de verschillende vakken aanvangen en eindigen, de lokaliteiten waarin deze examens worden afgenomen en de bij het examen aanwezige examinatoren.
5. De secretaris richt tot iedere examenkandidaat een oproep tot deelname aan het examen onder vermelding van plaats, datum, tijd van aanmelding en mee te nemen bescheiden.
6. Bij de aanmelding van de kandidaten voor de aanvang van het examen draagt de secretaris er zorg voor dat aan iedere kandidaat, nadat deze zich heeft gelegitimeerd, zijn examennummer bekend gemaakt wordt en hem zijn plaats in de examenlokaliteit gewezen wordt.
7. Op het tijdstip van aanvang van het examen opent de voorzitter of een door hem aan te wijzen examinator de verzegelde envelop met opgaven voor het desbetreffende vak en draagt hij zorg voor uitreiking daarvan aan de kandidaten, die tevens worden voorzien van gewaarmerkt examenpapier en kladpapier.
8. Gedurende het examen zorgt de voorzitter voor regelmatige surveillance. Hij is verantwoordelijk voor het handhaven van orde en rust in de examenlokaliteit. Gedurende het examen kunnen de kandidaten de examenlokaliteit niet verlaten dan met toestemming van de voorzitter en met inachtneming van de door de voorzitter gestelde voorwaarden.
9. Op het tijdstip van beëindiging van een examenvak van het examen draagt de voorzitter er zorg voor dat de kandidaten het werk beëindigen en wordt zowel het examenpapier als het kladpapier ingenomen.
10. De voorzitter stelt het gemaakte schriftelijke werk ter hand aan de desbetreffende examinatoren en bepaalt de termijn waarbinnen het wordt beoordeeld.
11. De voorzitter stelt in overleg met de secretaris plaats, datum en tijdstip vast van een vergadering met de betrokken examinatoren ter vaststelling van de resultaten van het schriftelijk werk, het nemen van beslissingen met betrekking tot de uitslag, het deelnemen aan het mondelinge gedeelte dan wel uitsluiting van deelname aan het mondelinge gedeelte van het examen. Na afloop van deze vergadering worden de genomen beslissingen schriftelijk aan de desbetreffende kandidaten meegedeeld.
2. Deze opgaven worden samengesteld over een zo groot mogelijk gedeelte van de in de exameneisen vervatte onderwerpen opdat een zo goed mogelijk beeld kan worden verkregen van de kennis van de kandidaat. Zij worden door de voorzitter vastgesteld. De met het opstellen van vragen belaste examinatoren nemen afdoende maatregelen ter geheimhouding van de door hen opgestelde opgaven.
3. Het hoofd van het secretariaat is ervoor verantwoordelijk dat de examenopgaven onder geheimhouding worden uitgetypt, vermenigvuldigd en in verzegelde enveloppen worden bewaard om bij de aanvang van het examen aan de voorzitter ter hand te worden gesteld.
4. De secretaris zorgt in overleg met de voorzitter voor een examenrooster, waarin vermeld worden de tijdstippen waarop de examens in de verschillende vakken aanvangen en eindigen, de lokaliteiten waarin deze examens worden afgenomen en de bij het examen aanwezige examinatoren.
5. De secretaris richt tot iedere examenkandidaat een oproep tot deelname aan het examen onder vermelding van plaats, datum, tijd van aanmelding en mee te nemen bescheiden.
6. Bij de aanmelding van de kandidaten voor de aanvang van het examen draagt de secretaris er zorg voor dat aan iedere kandidaat, nadat deze zich heeft gelegitimeerd, zijn examennummer bekend gemaakt wordt en hem zijn plaats in de examenlokaliteit gewezen wordt.
7. Op het tijdstip van aanvang van het examen opent de voorzitter of een door hem aan te wijzen examinator de verzegelde envelop met opgaven voor het desbetreffende vak en draagt hij zorg voor uitreiking daarvan aan de kandidaten, die tevens worden voorzien van gewaarmerkt examenpapier en kladpapier.
8. Gedurende het examen zorgt de voorzitter voor regelmatige surveillance. Hij is verantwoordelijk voor het handhaven van orde en rust in de examenlokaliteit. Gedurende het examen kunnen de kandidaten de examenlokaliteit niet verlaten dan met toestemming van de voorzitter en met inachtneming van de door de voorzitter gestelde voorwaarden.
9. Op het tijdstip van beëindiging van een examenvak van het examen draagt de voorzitter er zorg voor dat de kandidaten het werk beëindigen en wordt zowel het examenpapier als het kladpapier ingenomen.
10. De voorzitter stelt het gemaakte schriftelijke werk ter hand aan de desbetreffende examinatoren en bepaalt de termijn waarbinnen het wordt beoordeeld.
11. De voorzitter stelt in overleg met de secretaris plaats, datum en tijdstip vast van een vergadering met de betrokken examinatoren ter vaststelling van de resultaten van het schriftelijk werk, het nemen van beslissingen met betrekking tot de uitslag, het deelnemen aan het mondelinge gedeelte dan wel uitsluiting van deelname aan het mondelinge gedeelte van het examen. Na afloop van deze vergadering worden de genomen beslissingen schriftelijk aan de desbetreffende kandidaten meegedeeld.