BWBR0009481
Geldig vanaf 1998-03-29
Artikel 2
Examenreglement vliegtuigonderhoudstechnicus
1. Voor het verrichten van de noodzakelijke secretariaatswerkzaamheden wordt aan de examencommissie binnen de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat een secretariaat ter beschikking gesteld.
2. De voorzitter kan een plaatsvervangend voorzitter belasten met de verantwoordelijkheid voor bepaalde deeltaken binnen de examencommissie.
3. De leden van de examencommissie, die de leeftijd van 65 jaar zijn gepasseerd, worden als regel niet meer voor herbenoeming voorgedragen.
4. Voor werkzaamheden in de examencommissie worden de leden namens de voorzitter steeds tijdig door de secretaris opgeroepen voor zover de aard en de omvang van de werkzaamheden zulks vereisen. In geval van verhindering geven zij daarvan onverwijld kennis aan de secretaris, waarna deze in overleg met de voorzitter voor tijdige vervanging zorgdraagt.
5. Voor ieder af te nemen examen draagt de secretaris, in overleg met de voorzitter, zorg voor de nodige ruimte, materialen en gewaarmerkt examenpapier. Voor de aanvang van het examen controleert hij of de ter beschikking gestelde ruimte in orde is en rapporteert zulks aan de voorzitter.
6. Bij het schriftelijk gedeelte van het examen zijn in elk lokaal ten minste twee leden van de examencommissie voor het houden van toezicht aanwezig, tenzij in verband met de aard en de inrichting van het lokaal en de examenopgaven naar het oordeel van de voorzitter een lid voldoende is. Elk mondeling examen wordt door ten minste twee leden van de examencommissie afgenomen.
7. Het bij examens gemaakt schriftelijk werk wordt na afloop van het examen bewaard bij het secretariaat.
8. Bij ieder examen legitimeren de kandidaten zich door middel van een identiteitsbewijs, voorzien van een goed gelijkende pasfoto.
2. De voorzitter kan een plaatsvervangend voorzitter belasten met de verantwoordelijkheid voor bepaalde deeltaken binnen de examencommissie.
3. De leden van de examencommissie, die de leeftijd van 65 jaar zijn gepasseerd, worden als regel niet meer voor herbenoeming voorgedragen.
4. Voor werkzaamheden in de examencommissie worden de leden namens de voorzitter steeds tijdig door de secretaris opgeroepen voor zover de aard en de omvang van de werkzaamheden zulks vereisen. In geval van verhindering geven zij daarvan onverwijld kennis aan de secretaris, waarna deze in overleg met de voorzitter voor tijdige vervanging zorgdraagt.
5. Voor ieder af te nemen examen draagt de secretaris, in overleg met de voorzitter, zorg voor de nodige ruimte, materialen en gewaarmerkt examenpapier. Voor de aanvang van het examen controleert hij of de ter beschikking gestelde ruimte in orde is en rapporteert zulks aan de voorzitter.
6. Bij het schriftelijk gedeelte van het examen zijn in elk lokaal ten minste twee leden van de examencommissie voor het houden van toezicht aanwezig, tenzij in verband met de aard en de inrichting van het lokaal en de examenopgaven naar het oordeel van de voorzitter een lid voldoende is. Elk mondeling examen wordt door ten minste twee leden van de examencommissie afgenomen.
7. Het bij examens gemaakt schriftelijk werk wordt na afloop van het examen bewaard bij het secretariaat.
8. Bij ieder examen legitimeren de kandidaten zich door middel van een identiteitsbewijs, voorzien van een goed gelijkende pasfoto.