BWBR0009479
Geldig vanaf 1998-04-24
Artikel 4
Besluit gebruik eigen zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen
1. Het in artikel 2bedoelde gebruik is slechts toegestaan indien de teler binnen een door de houder van het kwekersrecht te stellen termijn op diens verzoek met betrekking tot het lopende teeltseizoen en het daaraan voorafgaande teeltseizoen inlichtingen en bewijsstukken verstrekt omtrent:
a. de vermeerdering van een ras van de houder van het kwekersrecht ten behoeve van het gebruik op zijn eigen bedrijf;
b. de hoeveelheid vermeerderd teeltmateriaal van het in onderdeel a bedoelde ras dat binnen zijn eigen bedrijf is ingezaaid of uitgepoot;
c. de omvang van het areaal waarin het vermeerderde teeltmateriaal van het in onderdeel a bedoelde ras is ingezaaid of uitgepoot;
d. de naam van de leverancier die het teeltmateriaal van het in onderdeel a bedoelde ras heeft geleverd en de desbetreffende hoeveelheid, en
e. indien van toepassing, de hoeveelheid in licentie geproduceerd teeltmateriaal van het in onderdeel a bedoelde ras.
2. De termijn, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten minste vier weken.
a. de vermeerdering van een ras van de houder van het kwekersrecht ten behoeve van het gebruik op zijn eigen bedrijf;
b. de hoeveelheid vermeerderd teeltmateriaal van het in onderdeel a bedoelde ras dat binnen zijn eigen bedrijf is ingezaaid of uitgepoot;
c. de omvang van het areaal waarin het vermeerderde teeltmateriaal van het in onderdeel a bedoelde ras is ingezaaid of uitgepoot;
d. de naam van de leverancier die het teeltmateriaal van het in onderdeel a bedoelde ras heeft geleverd en de desbetreffende hoeveelheid, en
e. indien van toepassing, de hoeveelheid in licentie geproduceerd teeltmateriaal van het in onderdeel a bedoelde ras.
2. De termijn, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten minste vier weken.