BWBR0009476
Geldig vanaf 1998-03-21
Artikel 15
Regeling subsidiëring kwaliteit Groene Hart
1. De subsidie bedraagt ten hoogste het volgende percentage van de subsidiabele kosten voor een project in de categorie:
a. bruggen of tunnels, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, indien het betreft de aanleg over respectievelijk onder: 1e: een rijksspoorweg, rijkswaterweg of rijksweg, 90%;
2e: een provinciale (water)weg, 75%;
3e: overige (water)wegen, 50%;
1e: een rijksspoorweg, rijkswaterweg of rijksweg, 90%;
2e: een provinciale (water)weg, 75%;
3e: overige (water)wegen, 50%;
b. recreatieve verbindingen en voorzieningen, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, 50%;
c. recreatief te gebruiken groen-, natuur- of landschapselementen, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, indien het betreft een project als bedoeld in artikel 10: 50%;. 1e: onderdeel a, 30% indien het betreft een kleinschalig landschapselement op bedrijfsniveau of 75% voor overige kleinschalige landschapselementen;
2e: onderdeel b, 25% indien het betreft een gebouwd kleinschalig landschapselement of 50% voor overige kleinschalige landschapselementen;
3e: onderdeel c, 50%;
1e: onderdeel a, 30% indien het betreft een kleinschalig landschapselement op bedrijfsniveau of 75% voor overige kleinschalige landschapselementen;
2e: onderdeel b, 25% indien het betreft een gebouwd kleinschalig landschapselement of 50% voor overige kleinschalige landschapselementen;
3e: onderdeel c, 50%;
d. hydrologische systemen, bedoeld in artikel 2, onderdeel d, 50%;
e. visievorming, bedoeld in artikel 2, onderdeel f, 50%;
f. bezoekerscentra, bedoeld in artikel 2, onderdeel h, 50%;
g. marketing en promotie, bedoeld in artikel 2, onderdeel i: 50%.
2. De subsidie bedraagt voor een project in de categorie lozingen, bedoeld in artikel 2, onderdeel e, indien het betreft een project als bedoeld in artikel 12:
a. onderdeel a, ten hoogste 10% van de subsidiabele kosten;
b. onderdeel b, € 3.403,35 per woning of recreatie- of agrarisch bedrijfsgebouw, onverminderd artikel 6, tweede lid;
c. onderdeel c,€ 3.403,35 per aansluiting, onverminderd artikel 6, tweede lid;.
d. onderdeel d, € 5.672,25 per voorziening.
3. De subsidie bedraagt voor een project in de categorie agrarische structuurversterking, bedoeld in artikel 2, onderdeel g, indien het betreft een project als bedoeld in artikel 13a:
a. 40% voorzover de subsidiabele kosten investeringen op landbouwbedrijven betreffen als bedoeld in artikel 7 van de verordening (EG) nr. 1257/1999, en
b. 50% voor de overige kosten.
a. bruggen of tunnels, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, indien het betreft de aanleg over respectievelijk onder: 1e: een rijksspoorweg, rijkswaterweg of rijksweg, 90%;
2e: een provinciale (water)weg, 75%;
3e: overige (water)wegen, 50%;
1e: een rijksspoorweg, rijkswaterweg of rijksweg, 90%;
2e: een provinciale (water)weg, 75%;
3e: overige (water)wegen, 50%;
b. recreatieve verbindingen en voorzieningen, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, 50%;
c. recreatief te gebruiken groen-, natuur- of landschapselementen, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, indien het betreft een project als bedoeld in artikel 10: 50%;. 1e: onderdeel a, 30% indien het betreft een kleinschalig landschapselement op bedrijfsniveau of 75% voor overige kleinschalige landschapselementen;
2e: onderdeel b, 25% indien het betreft een gebouwd kleinschalig landschapselement of 50% voor overige kleinschalige landschapselementen;
3e: onderdeel c, 50%;
1e: onderdeel a, 30% indien het betreft een kleinschalig landschapselement op bedrijfsniveau of 75% voor overige kleinschalige landschapselementen;
2e: onderdeel b, 25% indien het betreft een gebouwd kleinschalig landschapselement of 50% voor overige kleinschalige landschapselementen;
3e: onderdeel c, 50%;
d. hydrologische systemen, bedoeld in artikel 2, onderdeel d, 50%;
e. visievorming, bedoeld in artikel 2, onderdeel f, 50%;
f. bezoekerscentra, bedoeld in artikel 2, onderdeel h, 50%;
g. marketing en promotie, bedoeld in artikel 2, onderdeel i: 50%.
2. De subsidie bedraagt voor een project in de categorie lozingen, bedoeld in artikel 2, onderdeel e, indien het betreft een project als bedoeld in artikel 12:
a. onderdeel a, ten hoogste 10% van de subsidiabele kosten;
b. onderdeel b, € 3.403,35 per woning of recreatie- of agrarisch bedrijfsgebouw, onverminderd artikel 6, tweede lid;
c. onderdeel c,€ 3.403,35 per aansluiting, onverminderd artikel 6, tweede lid;.
d. onderdeel d, € 5.672,25 per voorziening.
3. De subsidie bedraagt voor een project in de categorie agrarische structuurversterking, bedoeld in artikel 2, onderdeel g, indien het betreft een project als bedoeld in artikel 13a:
a. 40% voorzover de subsidiabele kosten investeringen op landbouwbedrijven betreffen als bedoeld in artikel 7 van de verordening (EG) nr. 1257/1999, en
b. 50% voor de overige kosten.