BWBR0009476
Geldig vanaf 1998-03-21
Artikel 14
Regeling subsidiëring kwaliteit Groene Hart
1. Als subsidiabele kosten worden niet in aanmerking genomen:
a. kosten van beheer en onderhoud;
b. kosten van voorbereiding en directievoering door bestuursorganen;
c. kosten van voorbereiding en directievoering door andere dan bestuursorganen voorzover hoger dan 25% van de subsidiabele kosten;
d. kosten die gelet op de aard, ligging of functie van de voorziening niet noodzakelijk zijn;
e. kosten van werkzaamheden die tot de reguliere taken van organisaties behoren, tenzij het betreft een project als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel c;
f. kosten van de verklaring, bedoeld in artikel 22, derde lid;
g. verrekenbare omzetbelasting, en
h. h. kosten van de aankoop van grond, voorzover het een project in de categorie agrarische structuurversterking, bedoeld in artikel 2, onderdeel g, betreft.
i. kosten van organisatie van de in artikel 13a, vierde lid, bedoelde samenwerkende personen.
2. 2. Als subsidiabele kosten voor de categorie bezoekerscentra, als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, worden alleen in aanmerking genomen:
de inrichtingskosten samenhangend met de aanschaf van roerende zaken voor voorlichting en onderricht;
de aanschaf van expositiemateriaal.
a. kosten van beheer en onderhoud;
b. kosten van voorbereiding en directievoering door bestuursorganen;
c. kosten van voorbereiding en directievoering door andere dan bestuursorganen voorzover hoger dan 25% van de subsidiabele kosten;
d. kosten die gelet op de aard, ligging of functie van de voorziening niet noodzakelijk zijn;
e. kosten van werkzaamheden die tot de reguliere taken van organisaties behoren, tenzij het betreft een project als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel c;
f. kosten van de verklaring, bedoeld in artikel 22, derde lid;
g. verrekenbare omzetbelasting, en
h. h. kosten van de aankoop van grond, voorzover het een project in de categorie agrarische structuurversterking, bedoeld in artikel 2, onderdeel g, betreft.
i. kosten van organisatie van de in artikel 13a, vierde lid, bedoelde samenwerkende personen.
2. 2. Als subsidiabele kosten voor de categorie bezoekerscentra, als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, worden alleen in aanmerking genomen:
de inrichtingskosten samenhangend met de aanschaf van roerende zaken voor voorlichting en onderricht;
de aanschaf van expositiemateriaal.