BWBR0009396
Geldig vanaf 1998-02-27
Artikel 6
Kaderregeling ontheffingen experiment ’het Zuivere Ei’
1. De ontheffing wordt verleend voor een hoeveelheid meststoffen op jaarbasis uitgedrukt in kilogrammen fosfaat die wordt bepaald door het aantal dierplaatsen voor legkippen op het bedrijf te vermenigvuldigen met de forfaitaire productienormen voor de onderscheiden diercategorieën uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, die zijn opgenomen in bijlage A bij de wet, en dit product te verminderen met het ten tijde van de verlening van de ontheffing voor het bedrijf geldende mestproductierecht, met dien verstande dat de aldus bepaalde hoeveelheid uitgedrukt in kilogrammen fosfaat niet meer bedraagt dan 37.500 kilogram.
2. In zoverre in afwijking van het eerste lid bedraagt de overeenkomstig dat lid bepaalde hoeveelheid niet meer dan 15.000 kilogram indien de dierplaatsen voor legkippen op het bedrijf voor tenminste 95 % bestaan uit dierplaatsen voor dieren van de diercategorie die in bijlage A bij de wetwordt aangeduid met nummer 300.
3. Indien de ontheffing betrekking heeft op een gedeelte van een kalenderjaar wordt de ontheffing voor dat jaar verleend voor het met dat gedeelte overeenkomende deel van de overeenkomstig het eerste en tweede lid bepaalde hoeveelheid.
4. Voor de toepassing van het eerste lid blijft een wijziging van het mestproductierecht door toepassing van artikel 55a van de wet, dat aan de wet wordt toegevoegd indien het bij koninklijke boodschap van 15 november 1997 ingediende voorstel van wet houdende regels inzake een stelsel van varkensrechten en een heffing ter zake van het houden van varkens ( Wet herstructurering varkenshouderij) (kamerstukken II 1997/98, 25 746, nr. 1) tot wet wordt verheven, buiten beschouwing.
2. In zoverre in afwijking van het eerste lid bedraagt de overeenkomstig dat lid bepaalde hoeveelheid niet meer dan 15.000 kilogram indien de dierplaatsen voor legkippen op het bedrijf voor tenminste 95 % bestaan uit dierplaatsen voor dieren van de diercategorie die in bijlage A bij de wetwordt aangeduid met nummer 300.
3. Indien de ontheffing betrekking heeft op een gedeelte van een kalenderjaar wordt de ontheffing voor dat jaar verleend voor het met dat gedeelte overeenkomende deel van de overeenkomstig het eerste en tweede lid bepaalde hoeveelheid.
4. Voor de toepassing van het eerste lid blijft een wijziging van het mestproductierecht door toepassing van artikel 55a van de wet, dat aan de wet wordt toegevoegd indien het bij koninklijke boodschap van 15 november 1997 ingediende voorstel van wet houdende regels inzake een stelsel van varkensrechten en een heffing ter zake van het houden van varkens ( Wet herstructurering varkenshouderij) (kamerstukken II 1997/98, 25 746, nr. 1) tot wet wordt verheven, buiten beschouwing.