BWBR0009396
Geldig vanaf 1998-02-27
Artikel 5
Kaderregeling ontheffingen experiment ’het Zuivere Ei’
De overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel f, verplicht de exporteur ertoe om:
a) gedurende de gehele periode waarvoor de ontheffing wordt verleend, alle op het bedrijf geproduceerde dierlijke meststoffen afkomstig van kippen en kalkoenen af te nemen en deze behoudens een tussentijdse opslag op een tot de onderneming van de exporteur behorende locatie rechtstreeks en zonder tussenkomst van anderen af te zetten in het buitenland;
b) a) tenminste 80 % van de totale in het kalenderjaar aan hem afgeleverde hoeveelheid dierlijke meststoffen in dat kalenderjaar in het buitenland af te zetten, en de resterende hoeveelheid vóór 1 maart van het daarop volgende kalenderjaar;
c) steeds vóór 1 april aan de producent schriftelijk opgave te doen van de in het vorige kalenderjaar door de producent aan hem afgeleverde hoeveelheid dierlijke meststoffen, de van deze hoeveelheid door de exporteur in dat kalenderjaar, onderscheidenlijk vóór 1 maart van het volgende kalenderjaar in het buitenland afgezette hoeveelheid, en van de in dit volgende kalenderjaar vóór 1 maart door de producent aan hem afgeleverde hoeveelheid dierlijke meststoffen, en deze opgave op eerste verzoek onder overlegging van daartoe strekkende gegevens en bescheiden te staven; en
d) in het kader van zijn onderneming uitsluitend dierlijke meststoffen afkomstig van kippen en kalkoenen en aan hem afgeleverd door producenten waarvan het bedrijf deelnemer is aan het Zuivere Ei en die beschikken over een hen verleende ontheffing op grond van deze regeling, aan te voeren.
a) gedurende de gehele periode waarvoor de ontheffing wordt verleend, alle op het bedrijf geproduceerde dierlijke meststoffen afkomstig van kippen en kalkoenen af te nemen en deze behoudens een tussentijdse opslag op een tot de onderneming van de exporteur behorende locatie rechtstreeks en zonder tussenkomst van anderen af te zetten in het buitenland;
b) a) tenminste 80 % van de totale in het kalenderjaar aan hem afgeleverde hoeveelheid dierlijke meststoffen in dat kalenderjaar in het buitenland af te zetten, en de resterende hoeveelheid vóór 1 maart van het daarop volgende kalenderjaar;
c) steeds vóór 1 april aan de producent schriftelijk opgave te doen van de in het vorige kalenderjaar door de producent aan hem afgeleverde hoeveelheid dierlijke meststoffen, de van deze hoeveelheid door de exporteur in dat kalenderjaar, onderscheidenlijk vóór 1 maart van het volgende kalenderjaar in het buitenland afgezette hoeveelheid, en van de in dit volgende kalenderjaar vóór 1 maart door de producent aan hem afgeleverde hoeveelheid dierlijke meststoffen, en deze opgave op eerste verzoek onder overlegging van daartoe strekkende gegevens en bescheiden te staven; en
d) in het kader van zijn onderneming uitsluitend dierlijke meststoffen afkomstig van kippen en kalkoenen en aan hem afgeleverd door producenten waarvan het bedrijf deelnemer is aan het Zuivere Ei en die beschikken over een hen verleende ontheffing op grond van deze regeling, aan te voeren.