BWBR0009347
Geldig vanaf 1998-02-13
Artikel 5
Besluit kasbeheer 1998
1. De kasbeheerder heeft de beschikkingsbevoegdheid over de hem door de betrokken directeur Financieel-Economische Zaken in beheer gegeven kassen en geldswaardige papieren. Uit dien hoofde verricht hij de betalingen en de ontvangsten waartoe de betrokken ordonnateur hem opdracht geeft, is hij belast met de ontvangst en de afgifte van geldswaardige papieren en bewaart hij op een zo veilig mogelijke plaats de contante gelden en de geldswaardige papieren.
2. De kasbeheerder ziet toe op de rechtmatigheid van de te verrichten betalingen en ontvangsten. Indien hij van oordeel is dat een betaling of ontvangst niet rechtmatig is, pleegt hij overleg met de ordonnateur en zo nodig met diens hoofd van dienst. Leidt dit overleg niet tot overeenstemming, dan wordt het geschil ter beslissing voorgelegd aan de betrokken directeur Financieel-Economische Zaken. Van een dergelijk geschil blijkt in voldoende mate uit het betrokken dossier.
3. De kasbeheerder legt, met inachtneming van de door Onze betrokken minister te stellen regels, periodiek in een jaar over de door hem in die functie verrichte werkzaamheden, aan de hand van de financiële administratie verantwoording af aan het betrokken hoofd van dienst.
4. Een hoofd van dienst kan, na verkregen instemming van de betrokken directeur Financieel-Economische Zaken en van de betrokken kasbeheerder, ter ondersteuning van de kasbeheerder één of meer kassiers benoemen.
5. Een kassier volgt, met inachtneming van de geldende voorschriften, bij de uitvoering van zijn werkzaamheden de aanwijzingen van de betrokken kasbeheerder op.
2. De kasbeheerder ziet toe op de rechtmatigheid van de te verrichten betalingen en ontvangsten. Indien hij van oordeel is dat een betaling of ontvangst niet rechtmatig is, pleegt hij overleg met de ordonnateur en zo nodig met diens hoofd van dienst. Leidt dit overleg niet tot overeenstemming, dan wordt het geschil ter beslissing voorgelegd aan de betrokken directeur Financieel-Economische Zaken. Van een dergelijk geschil blijkt in voldoende mate uit het betrokken dossier.
3. De kasbeheerder legt, met inachtneming van de door Onze betrokken minister te stellen regels, periodiek in een jaar over de door hem in die functie verrichte werkzaamheden, aan de hand van de financiële administratie verantwoording af aan het betrokken hoofd van dienst.
4. Een hoofd van dienst kan, na verkregen instemming van de betrokken directeur Financieel-Economische Zaken en van de betrokken kasbeheerder, ter ondersteuning van de kasbeheerder één of meer kassiers benoemen.
5. Een kassier volgt, met inachtneming van de geldende voorschriften, bij de uitvoering van zijn werkzaamheden de aanwijzingen van de betrokken kasbeheerder op.