BWBR0009275
Geldig vanaf 1997-12-31
Artikel 55
Waarborgwet 1986
1. De krachtens artikel 52aangewezen ambtenaren zijn bevoegd om, ten aanzien van reeds in de handel aanwezige platina, gouden, palladium en zilveren werken welke van een gehaltemerk zijn voorzien en waarvan wordt vermoed dat zij met ijzer, koper, hars of enige andere stof opgevuld of op een bedekte wijze met soldeersel overladen zijn, die werken door te snijden. Dit moet geschieden in tegenwoordigheid van de houder, tenzij deze te kennen heeft gegeven niet aanwezig te willen zijn.
2. Blijkt het vermoeden juist, dan wordt de houder van het reeds in de handel aanwezige werk medegedeeld, dat deze ten onrechte van een gehaltemerk is voorzien en wordt het reeds aanwezige merk vernietigd.
3. In het tegenovergestelde geval wordt aan die houder de waarde van het fatsoen van het doorgesneden werk vergoed.
4. Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op opgevulde werken die voldoen aan krachtens artikel 4, tweede lid, ter zake van die werken gestelde eisen.
2. Blijkt het vermoeden juist, dan wordt de houder van het reeds in de handel aanwezige werk medegedeeld, dat deze ten onrechte van een gehaltemerk is voorzien en wordt het reeds aanwezige merk vernietigd.
3. In het tegenovergestelde geval wordt aan die houder de waarde van het fatsoen van het doorgesneden werk vergoed.
4. Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op opgevulde werken die voldoen aan krachtens artikel 4, tweede lid, ter zake van die werken gestelde eisen.