BWBR0009267
Geldig vanaf 1997-12-31
Artikel 44
Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen
1. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen liquideert vóór het tijdstip gelegen twee jaar na het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet het vermogen van het FAOP.
2. In verband met de uitvoering van het eerste lid gaan alle vermogensbestanddelen van het FAOP op het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet over op het Landelijk instituut sociale verzekeringen.
3. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen beheert en administreert het vermogen dat op grond van het tweede lid is overgegaan in de vorm van een afzonderlijke rekening.
4. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen draagt vóór het tijdstip, gelegen een jaar na het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet, een deel van het vermogen, bedoeld in het derde lid, over aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/72" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 72 van de WAO</a>.
5. Het in het vierde lid bedoelde deel van het vermogen bestaat uit:
a. een bedrag dat het resultaat is van een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het aanwezige vermogen van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 72 van de WAO, vermenigvuldigd met de lasten van het FAOP, bedoeld in artikel 21a van de Wet FVP/ABP, en de noemer door de lasten van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 76, derde lid, van de WAO, en
b. een bedrag ter dekking van de uitgaven op grond van artikel 42, eerste lid, met inbegrip van de uitvoeringskosten van het Landelijk instituut sociale verzekeringen ter zake van de toepassing van artikel 42, eerste lid.
6. De toepassing van het vierde lid geldt de aldaar genoemde aanwezige vermogens en lasten op de dag voorafgaand aan het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet.
7. Onder « <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/72" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 72 van de WAO</a>» en « <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/76" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 76, derde lid, van de WAO</a>» in het vijfde lid, onderdeel a, genoemd, wordt verstaan de <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/72" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 72</a>en <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/76" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">76, derde lid, van de WAO</a>zoals dat artikel en dat artikellid luidden op de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet.
8. Bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, worden regels gesteld met betrekking tot het vierde en het vijfde lid.
9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, worden regels gesteld met betrekking tot de liquidatie van het FAOP.
10. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0013060" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen</a>treedt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen.
2. In verband met de uitvoering van het eerste lid gaan alle vermogensbestanddelen van het FAOP op het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet over op het Landelijk instituut sociale verzekeringen.
3. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen beheert en administreert het vermogen dat op grond van het tweede lid is overgegaan in de vorm van een afzonderlijke rekening.
4. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen draagt vóór het tijdstip, gelegen een jaar na het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet, een deel van het vermogen, bedoeld in het derde lid, over aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/72" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 72 van de WAO</a>.
5. Het in het vierde lid bedoelde deel van het vermogen bestaat uit:
a. een bedrag dat het resultaat is van een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het aanwezige vermogen van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 72 van de WAO, vermenigvuldigd met de lasten van het FAOP, bedoeld in artikel 21a van de Wet FVP/ABP, en de noemer door de lasten van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 76, derde lid, van de WAO, en
b. een bedrag ter dekking van de uitgaven op grond van artikel 42, eerste lid, met inbegrip van de uitvoeringskosten van het Landelijk instituut sociale verzekeringen ter zake van de toepassing van artikel 42, eerste lid.
6. De toepassing van het vierde lid geldt de aldaar genoemde aanwezige vermogens en lasten op de dag voorafgaand aan het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet.
7. Onder « <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/72" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 72 van de WAO</a>» en « <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/76" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 76, derde lid, van de WAO</a>» in het vijfde lid, onderdeel a, genoemd, wordt verstaan de <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/72" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 72</a>en <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/76" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">76, derde lid, van de WAO</a>zoals dat artikel en dat artikellid luidden op de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet.
8. Bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, worden regels gesteld met betrekking tot het vierde en het vijfde lid.
9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, worden regels gesteld met betrekking tot de liquidatie van het FAOP.
10. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0013060" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen</a>treedt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen.