BWBR0009267
Geldig vanaf 1997-12-31
Artikel 42
Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen
1. Vanaf het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet, treedt het Landelijk instituut sociale verzekeringen in de plaats van het FAOP wat betreft de overeenkomstige toepassing van de WAO, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007791/artikel/32" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 32, eerste lid</a>, juncto <a href="/wet/BWBR0007791/artikel/46" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 46, tweede lid, van de WPA</a>, alsmede wat betreft de toepassing van de AAW, bedoeld in artikel 8 van de AAW.
2. Onze Minister van Defensie verricht handelingen met betrekking tot de toepassing van de Amp-wet zoals die wet luidde op de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet, voor zover het de toepassing van de Amp-wet tot dat tijdstip betreft.
3. De overheidswerkgever verricht handelingen op grond van een regeling met betrekking tot bezoldiging of uitkering ingeval van ziekte dan wel wachtgeld zoals bedoelde regeling luidde op de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 3 van deze wet, voor zover het de toepassing van bedoelde regeling tot dat tijdstip betreft.
4. Onze Minister van Defensie en de overheidswerkgever doen mededeling aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen van handelingen als bedoeld in het tweede onderscheidenlijk het derde lid. De artikelen 36 tot en met 39 zijn van overeenkomstige toepassing.
5. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan tezamen met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties nadere regels stellen met betrekking tot het eerste tot en met het vierde lid.
6. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0013060" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen</a>treedt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen.
2. Onze Minister van Defensie verricht handelingen met betrekking tot de toepassing van de Amp-wet zoals die wet luidde op de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet, voor zover het de toepassing van de Amp-wet tot dat tijdstip betreft.
3. De overheidswerkgever verricht handelingen op grond van een regeling met betrekking tot bezoldiging of uitkering ingeval van ziekte dan wel wachtgeld zoals bedoelde regeling luidde op de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 3 van deze wet, voor zover het de toepassing van bedoelde regeling tot dat tijdstip betreft.
4. Onze Minister van Defensie en de overheidswerkgever doen mededeling aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen van handelingen als bedoeld in het tweede onderscheidenlijk het derde lid. De artikelen 36 tot en met 39 zijn van overeenkomstige toepassing.
5. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan tezamen met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties nadere regels stellen met betrekking tot het eerste tot en met het vierde lid.
6. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0013060" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen</a>treedt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen.