BWBR0009213
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 2
Regeling langdurig werkloze Wet inschakeling werkzoekenden
1. Met een langdurig werkloze wordt gelijkgesteld, de persoon die bij de Centrale organisatie werk en inkomen als werkloos werkzoekende is ingeschreven voor een kortere periode dan twaalf maanden, en
a. die op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 is toegelaten als verdragsvluchteling, tenzij hij sedert zijn toelating in Nederland reeds eerder als werknemer of als zelfstandige werkzaam is geweest, of
b. vreemdeling is en voldoet aan artikel 3, eerste lid, of artikel 4, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen, of
c. die arbeidsgehandicapte is in de zin van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;
d. die naar het oordeel van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie heeft kunnen aantonen dat hij gedurende één jaar of langer zonder onderbreking werkloos werkzoekende is geweest en in voldoende mate heeft getracht arbeid te vinden;
e. voor wie in het belang van de vermindering van de afstand tot de arbeidsmarkt en gelet op alle omstandigheden naar het oordeel van de Centrale organisatie werk en inkomen slechts een dienstbetrekking of werkervaringsplaats aangewezen is.
2. Met een langdurig werkloze wordt tevens gelijkgesteld, de persoon:
a. die arbeid verricht op een dienstbetrekking;
b. die arbeid heeft verricht ingevolge een arbeidsovereenkomst op grond van de Rijksbijdrageregeling banenpools, zoals deze regeling luidde tot inwerkingtreding van de wet, en sindsdien geen arbeid heeft verricht anders dan op grond van de wet, waarbij artikel 3, eerste lid, onder b, van overeenkomstige toepassing is;
c. die, nadat hij is opgehouden loon uit tegenwoordige arbeid, resultaat uit overige werkzaamheden, of winst uit onderneming in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 te genieten werkloos wordt en de leeftijd van 57,5 jaar of ouder heeft;
d. van wie de dienstbetrekking op grond van de artikelen 11, onderdeel a, 13, eerste lid, of 23, eerste lid, onderdeel a, van de wet is beëindigd;
e. die in aansluiting op een dienstbetrekking arbeid gaat verrichten buiten het kader van de wet, vervolgens binnen één jaar onvrijwillig werkloos wordt en het gemeentebestuur binnen 8 weken na die datum verzoekt opnieuw in aanmerking te komen voor een dienstbetrekking;
f. vervallen;
g. vervallen;
h. die een arbeidsovereenkomst had als bedoeld in de Rijksbijdrageregeling banenpools, zoals deze regeling luidde vóór 1 januari 1998, en die nadien onafgebroken een dienstbetrekking heeft gehad en in de periode van 1 januari 2001 tot en met 1 juli 2002 in aansluiting op een dienstbetrekking arbeid gaat verrichten buiten het kader van de wet, vervolgens binnen twee jaar onvrijwillig werkloos wordt en het gemeentebestuur binnen 8 weken na die datum verzoekt opnieuw in aanmerking te komen voor een dienstbetrekking.
3. De persoon, die arbeid heeft verricht op een werkervaringsplaats en uit die arbeidsovereenkomst onvrijwillig werkloos is geworden en het gemeentebestuur binnen 8 weken na die datum verzoekt in aanmerking te komen voor een dienstbetrekking, wordt met een langdurig werkloze gelijkgesteld, indien voor die persoon naar het oordeel van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie in het belang van de vermindering van de afstand tot de arbeidsmarkt van die persoon slechts een dienstbetrekking aangewezen is.
a. die op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 is toegelaten als verdragsvluchteling, tenzij hij sedert zijn toelating in Nederland reeds eerder als werknemer of als zelfstandige werkzaam is geweest, of
b. vreemdeling is en voldoet aan artikel 3, eerste lid, of artikel 4, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen, of
c. die arbeidsgehandicapte is in de zin van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;
d. die naar het oordeel van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie heeft kunnen aantonen dat hij gedurende één jaar of langer zonder onderbreking werkloos werkzoekende is geweest en in voldoende mate heeft getracht arbeid te vinden;
e. voor wie in het belang van de vermindering van de afstand tot de arbeidsmarkt en gelet op alle omstandigheden naar het oordeel van de Centrale organisatie werk en inkomen slechts een dienstbetrekking of werkervaringsplaats aangewezen is.
2. Met een langdurig werkloze wordt tevens gelijkgesteld, de persoon:
a. die arbeid verricht op een dienstbetrekking;
b. die arbeid heeft verricht ingevolge een arbeidsovereenkomst op grond van de Rijksbijdrageregeling banenpools, zoals deze regeling luidde tot inwerkingtreding van de wet, en sindsdien geen arbeid heeft verricht anders dan op grond van de wet, waarbij artikel 3, eerste lid, onder b, van overeenkomstige toepassing is;
c. die, nadat hij is opgehouden loon uit tegenwoordige arbeid, resultaat uit overige werkzaamheden, of winst uit onderneming in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 te genieten werkloos wordt en de leeftijd van 57,5 jaar of ouder heeft;
d. van wie de dienstbetrekking op grond van de artikelen 11, onderdeel a, 13, eerste lid, of 23, eerste lid, onderdeel a, van de wet is beëindigd;
e. die in aansluiting op een dienstbetrekking arbeid gaat verrichten buiten het kader van de wet, vervolgens binnen één jaar onvrijwillig werkloos wordt en het gemeentebestuur binnen 8 weken na die datum verzoekt opnieuw in aanmerking te komen voor een dienstbetrekking;
f. vervallen;
g. vervallen;
h. die een arbeidsovereenkomst had als bedoeld in de Rijksbijdrageregeling banenpools, zoals deze regeling luidde vóór 1 januari 1998, en die nadien onafgebroken een dienstbetrekking heeft gehad en in de periode van 1 januari 2001 tot en met 1 juli 2002 in aansluiting op een dienstbetrekking arbeid gaat verrichten buiten het kader van de wet, vervolgens binnen twee jaar onvrijwillig werkloos wordt en het gemeentebestuur binnen 8 weken na die datum verzoekt opnieuw in aanmerking te komen voor een dienstbetrekking.
3. De persoon, die arbeid heeft verricht op een werkervaringsplaats en uit die arbeidsovereenkomst onvrijwillig werkloos is geworden en het gemeentebestuur binnen 8 weken na die datum verzoekt in aanmerking te komen voor een dienstbetrekking, wordt met een langdurig werkloze gelijkgesteld, indien voor die persoon naar het oordeel van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie in het belang van de vermindering van de afstand tot de arbeidsmarkt van die persoon slechts een dienstbetrekking aangewezen is.