1. Onderzocht wordt de kwaliteit van te verspreiden onderhoudsspecie afkomstig van oppervlaktewateren:
1º. in bebouwde gebieden, daaronder begrepen kassen- en industriegebieden;
2º. waar regelmatig beroeps- of pleziermotorvaart plaatsvindt;
3º. waar lozingen op plaatsvinden sinds de laatste keer baggeren;
4º. grenzend aan wegen met een verkeersintensiteit van meer dan 500 voertuigen per dag, tenzij het betreft bermsloten op een afstand van 15 meter en meer, waarop de wegriolering niet loost;
5º. met een oeverbeschoeiing, bestaande uit met gecreosoteerde olie behandeld hout;
6º. waarvan redelijkerwijs vermoed kan worden dat deze niet aan de toetsingswaarden voldoen.
2. Met ingang van 1 januari 1999 wordt bovendien onderzocht de kwaliteit van te verspreiden onderhoudsspecie van oppervlaktewateren die niet zijn aangegeven in een beheersplan als bedoeld in
artikel 9 van de Wet op de waterhuishouding.
3. De verkregen onderzoeksgegevens worden gedurende ten minste twee jaar na het verspreiden bewaard.