BWBR0009156
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 9
Organisatieregeling beheer gerechten en landelijke diensten
1. De volgende functionarissen zijn ondergeschikt aan de directeur rechtspleging:
a. de directeur van de Centrale justitiële documentatie (CJD), gevestigd te Almelo;
b. de voorzitter van het Centraal Bureau van Bijstand inzake het toezicht op de boekhouding van notarissen (CBBN), gevestigd te Utrecht;
c. de directeur van het secretariaat van de Registratiekamer, gevestigd te Den Haag;
d. de directeur-secretaris van het bureau van de Commissie gelijke behandeling (CGB), gevestigd te Utrecht;
2. Een functionaris als bedoeld in het eerste lid is belast met de dagelijkse leiding van de betreffende landelijke dienst.
3. Een functionaris als bedoeld in het eerste lid maakt schriftelijk afspraken met de directeur arrondissementale stafdienst in het arrondissement waar de landelijke dienst is gevestigd over de door de arrondissementale stafdienst te verlenen facilitaire ondersteuning.
4. Een functionaris als bedoeld in het eerste lid maakt schriftelijke afspraken met de directeur rechtspleging over de ter beschikking te stellen middelen en het leveren van de daaraan te koppelen prestaties van de betreffende landelijke dienst.
a. de directeur van de Centrale justitiële documentatie (CJD), gevestigd te Almelo;
b. de voorzitter van het Centraal Bureau van Bijstand inzake het toezicht op de boekhouding van notarissen (CBBN), gevestigd te Utrecht;
c. de directeur van het secretariaat van de Registratiekamer, gevestigd te Den Haag;
d. de directeur-secretaris van het bureau van de Commissie gelijke behandeling (CGB), gevestigd te Utrecht;
2. Een functionaris als bedoeld in het eerste lid is belast met de dagelijkse leiding van de betreffende landelijke dienst.
3. Een functionaris als bedoeld in het eerste lid maakt schriftelijk afspraken met de directeur arrondissementale stafdienst in het arrondissement waar de landelijke dienst is gevestigd over de door de arrondissementale stafdienst te verlenen facilitaire ondersteuning.
4. Een functionaris als bedoeld in het eerste lid maakt schriftelijke afspraken met de directeur rechtspleging over de ter beschikking te stellen middelen en het leveren van de daaraan te koppelen prestaties van de betreffende landelijke dienst.