BWBR0009156
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 7
Organisatieregeling beheer gerechten en landelijke diensten
1. De diensten beheer bij de bijzondere rechtsprekende colleges deshebben tot taak het beheer bij het desbetreffende college.
2. Aan het hoofd van de dienst beheer bij een bijzonder rechtsprekend college staat een griffier of secretaris, die ondergeschikt is aan de directeur beheer gerechten in eerste aanleg in het arrondissement waar het desbetreffende college is gevestigd.
3. In afwijking van het tweede lid is het hoofd van de dienst beheer bij de Tariefcommissie ondergeschikt aan de directeur beheer bij het gerechtshof te Amsterdam.
4. In afwijking van het tweede lid zijn de hoofden van de diensten beheer bij de volgende colleges ondergeschikt aan de directeur beheer bij het gerechtshof te Den Haag:
a. het College van Beroep voor het bedrijfsleven;
b. het regionale tuchtcollege;
c. het centrale tuchtcollege.
5. De griffier of secretaris is belast met de dagelijkse leiding van de dienst beheer bij het bijzondere rechtsprekende college.
6. De directeur beheer gerechten in eerste aanleg maakt schriftelijk afspraken met de directeur arrondissementale stafdienst over de te verlenen facilitaire ondersteuning door de arrondissementale stafdienst ten behoeve van de dienst beheer bij een bijzonder rechtsprekend college, voor zover die in het desbetreffende arrondissement is gevestigd.
7. In afwijking van het zesde lid maakt de directeur beheer bij het gerechtshof te Amsterdam schriftelijk afspraken met de directeur arrondissementale stafdienst te Amsterdam over de te verlenen facilitaire ondersteuning door de arrondissementale stafdienst ten behoeve van de Tariefcommissie.
8. In afwijking van het zesde lid maakt de directeur beheer bij het gerechtshof te Den Haag schriftelijk afspraken met de directeur arrondissementale stafdienst te Den Haag over de te verlenen facilitaire ondersteuning door de arrondissementale stafdienst ten behoeve van:
a. het College van Beroep voor het bedrijfsleven;
b. het regionale tuchtcollege;
c. het centrale tuchtcollege.
9. De directeur beheer gerechten in eerste aanleg maakt schriftelijke afspraken met de directeur rechtspleging over de ter beschikking te stellen middelen en het leveren van de daaraan te koppelen prestaties van de dienst beheer bij het bijzonder rechtsprekend college, voor zover dat in het desbetreffende arrondissement is gevestigd.
2. Aan het hoofd van de dienst beheer bij een bijzonder rechtsprekend college staat een griffier of secretaris, die ondergeschikt is aan de directeur beheer gerechten in eerste aanleg in het arrondissement waar het desbetreffende college is gevestigd.
3. In afwijking van het tweede lid is het hoofd van de dienst beheer bij de Tariefcommissie ondergeschikt aan de directeur beheer bij het gerechtshof te Amsterdam.
4. In afwijking van het tweede lid zijn de hoofden van de diensten beheer bij de volgende colleges ondergeschikt aan de directeur beheer bij het gerechtshof te Den Haag:
a. het College van Beroep voor het bedrijfsleven;
b. het regionale tuchtcollege;
c. het centrale tuchtcollege.
5. De griffier of secretaris is belast met de dagelijkse leiding van de dienst beheer bij het bijzondere rechtsprekende college.
6. De directeur beheer gerechten in eerste aanleg maakt schriftelijk afspraken met de directeur arrondissementale stafdienst over de te verlenen facilitaire ondersteuning door de arrondissementale stafdienst ten behoeve van de dienst beheer bij een bijzonder rechtsprekend college, voor zover die in het desbetreffende arrondissement is gevestigd.
7. In afwijking van het zesde lid maakt de directeur beheer bij het gerechtshof te Amsterdam schriftelijk afspraken met de directeur arrondissementale stafdienst te Amsterdam over de te verlenen facilitaire ondersteuning door de arrondissementale stafdienst ten behoeve van de Tariefcommissie.
8. In afwijking van het zesde lid maakt de directeur beheer bij het gerechtshof te Den Haag schriftelijk afspraken met de directeur arrondissementale stafdienst te Den Haag over de te verlenen facilitaire ondersteuning door de arrondissementale stafdienst ten behoeve van:
a. het College van Beroep voor het bedrijfsleven;
b. het regionale tuchtcollege;
c. het centrale tuchtcollege.
9. De directeur beheer gerechten in eerste aanleg maakt schriftelijke afspraken met de directeur rechtspleging over de ter beschikking te stellen middelen en het leveren van de daaraan te koppelen prestaties van de dienst beheer bij het bijzonder rechtsprekend college, voor zover dat in het desbetreffende arrondissement is gevestigd.