BWBR0009142
Geldig vanaf 1997-12-30
Artikel 5
Besluit vervoer ontplofbare stoffen krijgsmacht
1. Logistieke voertuigen moeten zijn voorzien van een van de bestuurderscabine afgescheiden laadruimte, die is gesloten dan wel is voorzien van een dekzeil vervaardigd van waterdicht en moeilijk brandbaar materiaal.
2. Logistieke voertuigen moeten zijn uitgerust met een verbrandingsmotor met compressieontsteking.
3. In logistieke voertuigen moeten aanwezig zijn:
a. ten minste één draagbaar brandblusapparaat met een capaciteit van tenminste 2 kg poeder en geschikt om een brand in de motor of in de bestuurderscabine te bestrijden;
b. ten minste één brandblusapparaat met een capaciteit van tenminste 6 kg poeder en geschikt om een brand van de banden, van de remmen of van de lading te bestrijden. Indien het een logistiek voertuig betreft met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg dient de capaciteit van het brandblusapparaat tenminste 2 kg poeder te zijn;
c. een tas met gereedschappen voor het uitvoeren van eventuele reparaties onderweg;
d. tenminste één stophout(-blok), waarvan de afmetingen aan de massa van het voertuig en de doorsnede van de wielen zijn aangepast;
e. twee oranje lichten of knipperlichten, die onafhankelijk van de elektrische installatie van het voertuig in werking kunnen worden gesteld;
f. een uitrusting geschikt voor het verrichten van zodanige werkzaamheden van eerste hulp dat de bij de te vervoeren ontplofbare stoffen of voorwerpen behorende veiligheidsinstructies kunnen worden opgevolgd.
4. Bij ministeriële regeling kunnen eisen worden gesteld ten aanzien van de constructie, inrichting en uitrusting van logistieke voertuigen.
2. Logistieke voertuigen moeten zijn uitgerust met een verbrandingsmotor met compressieontsteking.
3. In logistieke voertuigen moeten aanwezig zijn:
a. ten minste één draagbaar brandblusapparaat met een capaciteit van tenminste 2 kg poeder en geschikt om een brand in de motor of in de bestuurderscabine te bestrijden;
b. ten minste één brandblusapparaat met een capaciteit van tenminste 6 kg poeder en geschikt om een brand van de banden, van de remmen of van de lading te bestrijden. Indien het een logistiek voertuig betreft met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg dient de capaciteit van het brandblusapparaat tenminste 2 kg poeder te zijn;
c. een tas met gereedschappen voor het uitvoeren van eventuele reparaties onderweg;
d. tenminste één stophout(-blok), waarvan de afmetingen aan de massa van het voertuig en de doorsnede van de wielen zijn aangepast;
e. twee oranje lichten of knipperlichten, die onafhankelijk van de elektrische installatie van het voertuig in werking kunnen worden gesteld;
f. een uitrusting geschikt voor het verrichten van zodanige werkzaamheden van eerste hulp dat de bij de te vervoeren ontplofbare stoffen of voorwerpen behorende veiligheidsinstructies kunnen worden opgevolgd.
4. Bij ministeriële regeling kunnen eisen worden gesteld ten aanzien van de constructie, inrichting en uitrusting van logistieke voertuigen.