BWBR0009136
Geldig vanaf 2004-12-20
Artikel 5
Regeling schoonmaakdiensten particulieren
1. Namens de minister geeft OSB op aanvraag van een werkgever een beschikking tot subsidieverlening.
2. De subsidie wordt verleend vanaf de datum van de beschikking tot subsidieverlening.
3. De subsidieontvanger zendt binnen 13 weken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening een afschrift van de arbeidsovereenkomst, bedoeld in artikel 2, eerste lid, de op de werknemer betrekking hebbende verklaring en consumentencontracten aan OSB.
4. De minister betaalt de subsidie bij wijze van voorschot per kwartaal aan de hand van de declaratie met opgave van de gegevens over arbeidsuren volgens de arbeidsovereenkomst en de gewerkte uren op consumentencontracten, die gefactureerd zijn.
5. Indien de subsidie op jaarbasis hoger is dan de som van de declaraties, bedoeld in het vierde lid, kan de minister bij wijze van voorschot op basis van een ontvangen slotdeclaratie een aanvullende subsidie betalen.
6. De subsidieontvanger draagt, door tussenkomst van OSB, er zorg voor dat de relevante gegevens over een kalenderkwartaal, opgenomen in een door hem ondertekende declaratie als bedoeld in het vierde lid, door de minister zijn ontvangen uiterlijk op de twintigste van de tweede maand volgende op het kwartaal waarop deze betrekking heeft.
7. Het voorschot wordt betaald op of omstreeks de vijftiende van de maand volgend op de maand waarin de declaratie is ontvangen. Het voorschot wordt niet verleend, indien de minister van de subsidie-ontvanger de bescheiden, nodig voor de subsidievaststelling betreffende voorgaande subsidieverstrekkingen, niet heeft ontvangen.
8. Een subsidieontvanger ontvangt op of omstreeks 15 februari van een kalenderjaar een eenmalig voorschot van 60% van de gemiddelde subsidie over vier kwartalen. Het eenmalige voorschot wordt berekend aan de hand van de declaratie met opgave van de gegevens over arbeidsuren volgens de arbeidsovereenkomst en de gewerkte uren op consumentencontracten, die gefactureerd zijn, over het vierde kwartaal van het jaar dat ligt twee jaar voor het subsidiejaar en het eerste tot en met derde kwartaal van het voorafgaande subsidiejaar. Jaarlijks wordt aan de hand van de ingediende declaraties door de subsidieontvanger over voornoemde kwartalen bepaald of de hoogte van het eenmalige voorschot aanleiding geeft tot verhoging of verlaging daarvan. De financiële verwerking hiervan vindt plaats binnen 13 weken na kennisgeving aan de subsidieontvanger.
9. Op verzoek van een subsidieontvanger op wie het achtste lid niet van toepassing is, kan de minister op een eerder tijdstip dan bedoeld in het achtste lid, eerste volzin, een eenmalig voorschot op de te verstrekken subsidie betalen. Het eenmalige voorschot bedraagt 60% van de eerst ingediende kwartaaldeclaratie of een veelvoud daarvan als bedoeld in het vierde lid. Het verzoek vindt plaats door tussenkomst van OSB.
10. Op het tijdstip waarop het achtste lid, eerste volzin, van toepassing wordt op de subsidieontvanger, bedoeld in het negende lid, wordt de op grond van het negende lid betaalde eenmalige voorschot verrekend met het eenmalige voorschot, waarvoor hij op grond van het achtste lid in aanmerking komt.
11. Indien een declaratie over enig kalenderkwartaal door de minister niet is ontvangen uiterlijk op de twintigste van de zesde kalendermaand volgend op het kwartaal waarop deze betrekking heeft, wordt het eenmalige voorschot bedoeld in het achtste of negende lid teruggevorderd.
12. De subsidieontvanger informeert OSB schriftelijk binnen vier weken over het tijdstip van beëindiging van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, en over de beëindiging van consumentencontracten.
13. Verrekening of terugvordering van het voorschot bedoeld in het achtste of negende lid vindt plaats, indien de subsidieontvanger geen gebruik meer maakt van deze regeling.
14. Indien vóór de subsidievaststelling een verzoek tot faillietverklaring van of verlening van surséance van betaling aan de subsidie-ontvanger is ingediend, vindt geen uitbetaling van voorschotten meer plaats.
2. De subsidie wordt verleend vanaf de datum van de beschikking tot subsidieverlening.
3. De subsidieontvanger zendt binnen 13 weken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening een afschrift van de arbeidsovereenkomst, bedoeld in artikel 2, eerste lid, de op de werknemer betrekking hebbende verklaring en consumentencontracten aan OSB.
4. De minister betaalt de subsidie bij wijze van voorschot per kwartaal aan de hand van de declaratie met opgave van de gegevens over arbeidsuren volgens de arbeidsovereenkomst en de gewerkte uren op consumentencontracten, die gefactureerd zijn.
5. Indien de subsidie op jaarbasis hoger is dan de som van de declaraties, bedoeld in het vierde lid, kan de minister bij wijze van voorschot op basis van een ontvangen slotdeclaratie een aanvullende subsidie betalen.
6. De subsidieontvanger draagt, door tussenkomst van OSB, er zorg voor dat de relevante gegevens over een kalenderkwartaal, opgenomen in een door hem ondertekende declaratie als bedoeld in het vierde lid, door de minister zijn ontvangen uiterlijk op de twintigste van de tweede maand volgende op het kwartaal waarop deze betrekking heeft.
7. Het voorschot wordt betaald op of omstreeks de vijftiende van de maand volgend op de maand waarin de declaratie is ontvangen. Het voorschot wordt niet verleend, indien de minister van de subsidie-ontvanger de bescheiden, nodig voor de subsidievaststelling betreffende voorgaande subsidieverstrekkingen, niet heeft ontvangen.
8. Een subsidieontvanger ontvangt op of omstreeks 15 februari van een kalenderjaar een eenmalig voorschot van 60% van de gemiddelde subsidie over vier kwartalen. Het eenmalige voorschot wordt berekend aan de hand van de declaratie met opgave van de gegevens over arbeidsuren volgens de arbeidsovereenkomst en de gewerkte uren op consumentencontracten, die gefactureerd zijn, over het vierde kwartaal van het jaar dat ligt twee jaar voor het subsidiejaar en het eerste tot en met derde kwartaal van het voorafgaande subsidiejaar. Jaarlijks wordt aan de hand van de ingediende declaraties door de subsidieontvanger over voornoemde kwartalen bepaald of de hoogte van het eenmalige voorschot aanleiding geeft tot verhoging of verlaging daarvan. De financiële verwerking hiervan vindt plaats binnen 13 weken na kennisgeving aan de subsidieontvanger.
9. Op verzoek van een subsidieontvanger op wie het achtste lid niet van toepassing is, kan de minister op een eerder tijdstip dan bedoeld in het achtste lid, eerste volzin, een eenmalig voorschot op de te verstrekken subsidie betalen. Het eenmalige voorschot bedraagt 60% van de eerst ingediende kwartaaldeclaratie of een veelvoud daarvan als bedoeld in het vierde lid. Het verzoek vindt plaats door tussenkomst van OSB.
10. Op het tijdstip waarop het achtste lid, eerste volzin, van toepassing wordt op de subsidieontvanger, bedoeld in het negende lid, wordt de op grond van het negende lid betaalde eenmalige voorschot verrekend met het eenmalige voorschot, waarvoor hij op grond van het achtste lid in aanmerking komt.
11. Indien een declaratie over enig kalenderkwartaal door de minister niet is ontvangen uiterlijk op de twintigste van de zesde kalendermaand volgend op het kwartaal waarop deze betrekking heeft, wordt het eenmalige voorschot bedoeld in het achtste of negende lid teruggevorderd.
12. De subsidieontvanger informeert OSB schriftelijk binnen vier weken over het tijdstip van beëindiging van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, en over de beëindiging van consumentencontracten.
13. Verrekening of terugvordering van het voorschot bedoeld in het achtste of negende lid vindt plaats, indien de subsidieontvanger geen gebruik meer maakt van deze regeling.
14. Indien vóór de subsidievaststelling een verzoek tot faillietverklaring van of verlening van surséance van betaling aan de subsidie-ontvanger is ingediend, vindt geen uitbetaling van voorschotten meer plaats.