BWBR0009136
Geldig vanaf 2004-12-20
Artikel 3
Regeling schoonmaakdiensten particulieren
1. De minister verleent de subsidie voor het in dienst hebben van personen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, rekening houdend met de omvang van de uitgevoerde werkzaamheden op die consumentencontracten.
2. De subsidie aan de werkgever wordt bepaald aan de hand van het aantal arbeidsuren dat in de arbeidsovereenkomsten, gesloten met personen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is overeengekomen, waarbij:
a. de subsidie ten hoogste € 10.245,– per kalenderjaar bedraagt bij een arbeidsovereenkomst met een overeengekomen arbeidsduur van 32 uur of meer uren per week en naar rato wordt verminderd naarmate de arbeidsovereenkomst minder dan een jaar heeft geduurd of een arbeidsduur heeft van minder dan 32 uur;
b. op jaarbasis het aantal overeengekomen arbeidsuren in de bedoelde arbeidsovereenkomsten niet meer bedraagt dan het aantal uren vermenigvuldigd met 1,3, waarop werkzaamheden op consumentencontracten als bedoeld in het eerste lid zijn verricht;
c. indien niet voldaan wordt aan onderdeel b, niet wordt uitgegaan van de overeengekomen arbeidsuren, maar van het aantal uren vermenigvuldigd met 1,3, waarop werkzaamheden op consumentencontracten als bedoeld in het eerste lid zijn verricht.
3. Indien in de arbeidsovereenkomst geen vast aantal arbeidsuren is overeengekomen en de gemiddelde arbeidsduur, naar rato van de periode waarover in een jaar is gewerkt, voldoet aan artikel 2, eerste lid, wordt bij de toepassing van het tweede lid het subsidiebedrag bepaald aan de hand van het aantal arbeidsuren waarvoor de werkgever loon heeft betaald.
2. De subsidie aan de werkgever wordt bepaald aan de hand van het aantal arbeidsuren dat in de arbeidsovereenkomsten, gesloten met personen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is overeengekomen, waarbij:
a. de subsidie ten hoogste € 10.245,– per kalenderjaar bedraagt bij een arbeidsovereenkomst met een overeengekomen arbeidsduur van 32 uur of meer uren per week en naar rato wordt verminderd naarmate de arbeidsovereenkomst minder dan een jaar heeft geduurd of een arbeidsduur heeft van minder dan 32 uur;
b. op jaarbasis het aantal overeengekomen arbeidsuren in de bedoelde arbeidsovereenkomsten niet meer bedraagt dan het aantal uren vermenigvuldigd met 1,3, waarop werkzaamheden op consumentencontracten als bedoeld in het eerste lid zijn verricht;
c. indien niet voldaan wordt aan onderdeel b, niet wordt uitgegaan van de overeengekomen arbeidsuren, maar van het aantal uren vermenigvuldigd met 1,3, waarop werkzaamheden op consumentencontracten als bedoeld in het eerste lid zijn verricht.
3. Indien in de arbeidsovereenkomst geen vast aantal arbeidsuren is overeengekomen en de gemiddelde arbeidsduur, naar rato van de periode waarover in een jaar is gewerkt, voldoet aan artikel 2, eerste lid, wordt bij de toepassing van het tweede lid het subsidiebedrag bepaald aan de hand van het aantal arbeidsuren waarvoor de werkgever loon heeft betaald.