BWBR0009133
Geldig vanaf 1998-01-24
Artikel 7
IJkregeling kilowattuurmeters
1. De aanwijzing van de gemeten energie moet plaatsvinden in kilowattuur en moet geschieden door middel van een mechanisch of elektronisch werkende aanwijsinrichting, die een duidelijke en ondubbelzinnige aflezing waarborgt.
2. De aanwijsinrichting moet zoveel elementen bevatten, dat, uitgaande van de stand 0, de energie kan worden geregistreerd, die overeenkomt met een belasting van de kilowattuurmeter gedurende ten minste 1500 uur met de maximale stroom bij de referentiespanning en een arbeidsfactor 1.
3. De kleinste becijferde afleeseenheid moet 1 kWh zijn.
4. Voor testdoeleinden moet de mogelijkheid aanwezig zijn om een uitlezing te realiseren in eenheden van 0,1 kWh.
2. De aanwijsinrichting moet zoveel elementen bevatten, dat, uitgaande van de stand 0, de energie kan worden geregistreerd, die overeenkomt met een belasting van de kilowattuurmeter gedurende ten minste 1500 uur met de maximale stroom bij de referentiespanning en een arbeidsfactor 1.
3. De kleinste becijferde afleeseenheid moet 1 kWh zijn.
4. Voor testdoeleinden moet de mogelijkheid aanwezig zijn om een uitlezing te realiseren in eenheden van 0,1 kWh.