BWBR0009133
Geldig vanaf 1998-01-24
Artikel 20
IJkregeling kilowattuurmeters
1. In aanvulling op artikel 17geldt voorts dat de verschuiving van de miswijzing van statische kilowattuurmeters wordt onderzocht onder de navolgende verstoringen in de spanning:
a. kortdurende spanningsonderbreking: gedurende 10 halve aaneengesloten perioden wordt de spanning op 0 V gebracht; deze spanningsreductie vindt 10 maal plaats waarbij het tijdsinterval tussen twee spanningsreducties ten minste 10 seconden bedraagt;
b. serie van spanningspieken (burstsignaal): elke spannings- en stroomketen wordt blootgesteld aan ten minste 10 series positieve en ten minste 10 series negatieve spanningspieken volgens de navolgende specificatie: piekspanning: 1000 V
stijgtijd: 5 ns
piekbreedte: 50 ns
piekafstand: 200 ms
burstduur: 15 ms
burstafstand: 300 ms.
piekspanning: 1000 V
stijgtijd: 5 ns
piekbreedte: 50 ns
piekafstand: 200 ms
burstduur: 15 ms
burstafstand: 300 ms.
2. Het signaal, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt toegevoerd aan de ketens die aangesloten zijn of bestemd zijn om aangesloten te zijn op de netspanning op de volgende wijze:
a. tussen beide leidingen van een keten;
b. tussen een leiding van een keten en aarde;
c. tussen twee onafhankelijke ketens.
3. De veranderingen mogen geen grotere verschuiving van de miswijzing van statische kilowattuurmeters van nauwkeurigheidsklasse 1 respectievelijk nauwkeurigheidsklasse 2 ten gevolge hebben dan:
a. bij een stroom van Ib en een arbeidsfactor 1: 1,5% respectievelijk 3% van de werkelijke waarde van de energie;
b. bij een stroom van 0: 0% van de werkelijke waarde van de energie.
4. Bij de bepaling van de maximaal toelaatbare fout moet worden gecorrigeerd voor de eventuele feitelijke verandering van de te meten energie. Bij Ib= 0 mag, met inachtneming van het bepaalde in de eerste volzin, geen registratie plaatsvinden.
a. kortdurende spanningsonderbreking: gedurende 10 halve aaneengesloten perioden wordt de spanning op 0 V gebracht; deze spanningsreductie vindt 10 maal plaats waarbij het tijdsinterval tussen twee spanningsreducties ten minste 10 seconden bedraagt;
b. serie van spanningspieken (burstsignaal): elke spannings- en stroomketen wordt blootgesteld aan ten minste 10 series positieve en ten minste 10 series negatieve spanningspieken volgens de navolgende specificatie: piekspanning: 1000 V
stijgtijd: 5 ns
piekbreedte: 50 ns
piekafstand: 200 ms
burstduur: 15 ms
burstafstand: 300 ms.
piekspanning: 1000 V
stijgtijd: 5 ns
piekbreedte: 50 ns
piekafstand: 200 ms
burstduur: 15 ms
burstafstand: 300 ms.
2. Het signaal, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt toegevoerd aan de ketens die aangesloten zijn of bestemd zijn om aangesloten te zijn op de netspanning op de volgende wijze:
a. tussen beide leidingen van een keten;
b. tussen een leiding van een keten en aarde;
c. tussen twee onafhankelijke ketens.
3. De veranderingen mogen geen grotere verschuiving van de miswijzing van statische kilowattuurmeters van nauwkeurigheidsklasse 1 respectievelijk nauwkeurigheidsklasse 2 ten gevolge hebben dan:
a. bij een stroom van Ib en een arbeidsfactor 1: 1,5% respectievelijk 3% van de werkelijke waarde van de energie;
b. bij een stroom van 0: 0% van de werkelijke waarde van de energie.
4. Bij de bepaling van de maximaal toelaatbare fout moet worden gecorrigeerd voor de eventuele feitelijke verandering van de te meten energie. Bij Ib= 0 mag, met inachtneming van het bepaalde in de eerste volzin, geen registratie plaatsvinden.