BWBR0009119
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 4
Subsidieregeling innovatiegerichte onderzoekprogramma’s
1. Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de volgende rechtstreeks aan het onderzoekproject toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag gemaakte en betaalde kosten:
a. voor wat betreft loonkosten en daarmee verbonden opslagen: 1°. voor zover een universiteit subsidie-ontvanger is: loonkosten van onderzoekers met wie een arbeidsovereenkomst is gesloten met het oog op het onderzoekproject, met inbegrip van een opslag voor de kosten van verbruikte materialen, hulpmiddelen en de inhuur van testpersonen, technici en analisten, met dien verstande dat per categorie van onderzoeker wordt uitgegaan van de in bijlage 2 bij deze regeling opgenomen bedragen;
2°. voor zover een onderzoekinstelling subsidie-ontvanger is: loonkosten van betrokken onderzoekers, met inbegrip van een opslag voor algemene kosten, voor de kosten van verbruikte materialen, hulpmiddelen en de inhuur van testpersonen, technici en analisten, en voor de kosten in verband met het gebruik van apparatuur met een historische aanschafwaarde van minder dan € 45 400, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een door de minister goedgekeurd tarief;
1°. voor zover een universiteit subsidie-ontvanger is: loonkosten van onderzoekers met wie een arbeidsovereenkomst is gesloten met het oog op het onderzoekproject, met inbegrip van een opslag voor de kosten van verbruikte materialen, hulpmiddelen en de inhuur van testpersonen, technici en analisten, met dien verstande dat per categorie van onderzoeker wordt uitgegaan van de in bijlage 2 bij deze regeling opgenomen bedragen;
2°. voor zover een onderzoekinstelling subsidie-ontvanger is: loonkosten van betrokken onderzoekers, met inbegrip van een opslag voor algemene kosten, voor de kosten van verbruikte materialen, hulpmiddelen en de inhuur van testpersonen, technici en analisten, en voor de kosten in verband met het gebruik van apparatuur met een historische aanschafwaarde van minder dan € 45 400, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een door de minister goedgekeurd tarief;
b. de kosten van verbruikte materialen, hulpmiddelen en de inhuur van testpersonen, technici en analisten, voor zover deze meer bedragen dan € 11 400 per onderzoeker per jaar;
c. de kosten van de voor het onderzoekproject aangeschafte machines en apparatuur;
d. kosten van andere machines en apparatuur met een historische aanschafwaarde van € 45 400 of meer, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de aan het onderzoekproject toe te rekenen lease-termijnen, met uitzondering van financieringskosten, of afschrijvingstermijnen, berekend op basis van de historische aanschafwaarde en een lineaire afschrijvingsmethode;
e. aan een universiteit of onderzoekinstelling, niet zijnde een deelnemer in het samenwerkingsverband, verschuldigde kosten ter zake van het gebruik van machines en apparatuur als bedoeld onder d.
2. Indien machines en apparatuur worden aangeschaft door middel van een lease-overeenkomst, is het vereiste dat de kosten moeten zijn betaald niet van toepassing en wordt de contante waarde van de in totaal verschuldigde lease-termijnen, verdisconteerd op jaarbasis tegen 6 procent, als kosten van aanschaf in aanmerking genomen.
3. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
a. voor wat betreft loonkosten en daarmee verbonden opslagen: 1°. voor zover een universiteit subsidie-ontvanger is: loonkosten van onderzoekers met wie een arbeidsovereenkomst is gesloten met het oog op het onderzoekproject, met inbegrip van een opslag voor de kosten van verbruikte materialen, hulpmiddelen en de inhuur van testpersonen, technici en analisten, met dien verstande dat per categorie van onderzoeker wordt uitgegaan van de in bijlage 2 bij deze regeling opgenomen bedragen;
2°. voor zover een onderzoekinstelling subsidie-ontvanger is: loonkosten van betrokken onderzoekers, met inbegrip van een opslag voor algemene kosten, voor de kosten van verbruikte materialen, hulpmiddelen en de inhuur van testpersonen, technici en analisten, en voor de kosten in verband met het gebruik van apparatuur met een historische aanschafwaarde van minder dan € 45 400, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een door de minister goedgekeurd tarief;
1°. voor zover een universiteit subsidie-ontvanger is: loonkosten van onderzoekers met wie een arbeidsovereenkomst is gesloten met het oog op het onderzoekproject, met inbegrip van een opslag voor de kosten van verbruikte materialen, hulpmiddelen en de inhuur van testpersonen, technici en analisten, met dien verstande dat per categorie van onderzoeker wordt uitgegaan van de in bijlage 2 bij deze regeling opgenomen bedragen;
2°. voor zover een onderzoekinstelling subsidie-ontvanger is: loonkosten van betrokken onderzoekers, met inbegrip van een opslag voor algemene kosten, voor de kosten van verbruikte materialen, hulpmiddelen en de inhuur van testpersonen, technici en analisten, en voor de kosten in verband met het gebruik van apparatuur met een historische aanschafwaarde van minder dan € 45 400, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een door de minister goedgekeurd tarief;
b. de kosten van verbruikte materialen, hulpmiddelen en de inhuur van testpersonen, technici en analisten, voor zover deze meer bedragen dan € 11 400 per onderzoeker per jaar;
c. de kosten van de voor het onderzoekproject aangeschafte machines en apparatuur;
d. kosten van andere machines en apparatuur met een historische aanschafwaarde van € 45 400 of meer, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de aan het onderzoekproject toe te rekenen lease-termijnen, met uitzondering van financieringskosten, of afschrijvingstermijnen, berekend op basis van de historische aanschafwaarde en een lineaire afschrijvingsmethode;
e. aan een universiteit of onderzoekinstelling, niet zijnde een deelnemer in het samenwerkingsverband, verschuldigde kosten ter zake van het gebruik van machines en apparatuur als bedoeld onder d.
2. Indien machines en apparatuur worden aangeschaft door middel van een lease-overeenkomst, is het vereiste dat de kosten moeten zijn betaald niet van toepassing en wordt de contante waarde van de in totaal verschuldigde lease-termijnen, verdisconteerd op jaarbasis tegen 6 procent, als kosten van aanschaf in aanmerking genomen.
3. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.