1. De subsidie bedraagt:
a. voor zover een universiteit subsidie-ontvanger is: 1°. 100 procent van de projectkosten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a, 1°, en b,
2°. 50 procent van de projectkosten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder c, d en e,
3°. € 6 850 per onderzoeker in het geval van een in verband met het project doorgebrachte stage in het buitenland van drie maanden, indien ter zake kosten zijn gemaakt;
1°. 100 procent van de projectkosten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a, 1°, en b,
2°. 50 procent van de projectkosten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder c, d en e,
3°. € 6 850 per onderzoeker in het geval van een in verband met het project doorgebrachte stage in het buitenland van drie maanden, indien ter zake kosten zijn gemaakt;
b. voor zover een onderzoekinstelling subsidie-ontvanger is: 1°. 50 procent van de projectkosten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a, 2°, c, d en e,
2°. 100% van de projectkosten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder b.
1°. 50 procent van de projectkosten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a, 2°, c, d en e,
2°. 100% van de projectkosten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder b.
2. Bij de toepassing van het eerste lid worden de bijdragen met betrekking tot de projectkosten van derden, niet zijnde ondernemers, op de projectkosten in mindering gebracht.