BWBR0009082
Geldig vanaf 1997-12-24
Artikel 21a
IJkwet
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in verband met de uitvoering van een bindend, door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen genomen besluit, als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, regelen worden gesteld ten aanzien van bij die maatregel aangewezen maten, gewichten, meet- of weegwerktuigen, meetinstrumenten, onderdelen van of hulpinrichtingen voor die voorwerpen.
2. Bij zodanige algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, dat ten aanzien van daarbij aangewezen voorwerpen als in het eerste lid bedoeld een of meer van de bepalingen, vastgesteld bij of krachtens de artikelen 6, 7, eerste lid, onder b, en in verband daarmede derde lid, 8, eerste lid, onder b, en in verband daarmede derde lid, 10 tot en met 16, 19, 20 en 21 niet gelden.
3. De bij een algemene maatregel van bestuur, als in het eerste lid bedoeld, te stellen regelen kunnen onder meer inhouden:
a. een verbod om een modelgoedkeuringsteken van de Europese Gemeenschap in strijd met het bij of krachtens die maatregel bepaalde aan te brengen op bij die maatregel aangewezen voorwerpen;
b. een verbod om op plaatsen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, of aangewezen krachtens artikel 8, derde lid, of 21, tweede lid, ter bepaling van maat of gewicht gebruik te maken van bij die maatregel aangewezen maten, gewichten, meet- of weegwerktuigen of meetinstrumenten - voor zover voor deze meetmiddelen artikel 10, eerste lid, geldt doch artikel 11, vierde lid, niet geldt - na herstellingen of veranderingen die een veranderde inhoud, een veranderd gewicht of een onjuiste aanwijzing ten gevolge zouden kunnen hebben, alvorens zij in overeenstemming met die maatregel opnieuw ter keuring zijn aangeboden en daarbij zijn goedgekeurd;
c. een verbod om op plaatsen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, of aangewezen krachtens artikel 8, derde lid, of artikel 21, tweede lid, ter bepaling van maat of gewicht in bij die maatregel omschreven gevallen gebruik te maken van andere maten, gewichten, meet- of weegwerktuigen of meetinstrumenten dan die, welke in overeenstemming met die maatregel van een geldig merk of teken van de Europese Gemeenschap zijn voorzien;
d. een verbod om ter bepaling van maat gebruik te maken van bij die maatregel aangewezen inhoudsmaten, die bestemd of geschikt zijn om met een zich daarin bevindend goed te worden afgeleverd, in andere dan bij die maatregel omschreven gevallen of op andere dan bij die maatregel aangewezen plaatsen, waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend;
e. een verbod om bij die maatregel aangewezen lege inhoudsmaten, als onder d bedoeld, ten verkoop voorhanden te hebben, ten verkoop aan te bieden of in de handel te brengen in strijd met het bij of krachtens die maatregel bepaalde;
f. een verbod om maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen, meetinstrumenten, onderdelen van en hulpinrichtingen voor die voorwerpen te voorzien van merken, tekens of andere opschriften, die verward kunnen worden met bij die maatregel aangewezen merken of tekens van de Europese Gemeenschap;
g. toekenning aan Onze Minister van de bevoegdheid tot het ter uitvoering van die regelen stellen van nadere regelen.
2. Bij zodanige algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, dat ten aanzien van daarbij aangewezen voorwerpen als in het eerste lid bedoeld een of meer van de bepalingen, vastgesteld bij of krachtens de artikelen 6, 7, eerste lid, onder b, en in verband daarmede derde lid, 8, eerste lid, onder b, en in verband daarmede derde lid, 10 tot en met 16, 19, 20 en 21 niet gelden.
3. De bij een algemene maatregel van bestuur, als in het eerste lid bedoeld, te stellen regelen kunnen onder meer inhouden:
a. een verbod om een modelgoedkeuringsteken van de Europese Gemeenschap in strijd met het bij of krachtens die maatregel bepaalde aan te brengen op bij die maatregel aangewezen voorwerpen;
b. een verbod om op plaatsen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, of aangewezen krachtens artikel 8, derde lid, of 21, tweede lid, ter bepaling van maat of gewicht gebruik te maken van bij die maatregel aangewezen maten, gewichten, meet- of weegwerktuigen of meetinstrumenten - voor zover voor deze meetmiddelen artikel 10, eerste lid, geldt doch artikel 11, vierde lid, niet geldt - na herstellingen of veranderingen die een veranderde inhoud, een veranderd gewicht of een onjuiste aanwijzing ten gevolge zouden kunnen hebben, alvorens zij in overeenstemming met die maatregel opnieuw ter keuring zijn aangeboden en daarbij zijn goedgekeurd;
c. een verbod om op plaatsen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, of aangewezen krachtens artikel 8, derde lid, of artikel 21, tweede lid, ter bepaling van maat of gewicht in bij die maatregel omschreven gevallen gebruik te maken van andere maten, gewichten, meet- of weegwerktuigen of meetinstrumenten dan die, welke in overeenstemming met die maatregel van een geldig merk of teken van de Europese Gemeenschap zijn voorzien;
d. een verbod om ter bepaling van maat gebruik te maken van bij die maatregel aangewezen inhoudsmaten, die bestemd of geschikt zijn om met een zich daarin bevindend goed te worden afgeleverd, in andere dan bij die maatregel omschreven gevallen of op andere dan bij die maatregel aangewezen plaatsen, waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend;
e. een verbod om bij die maatregel aangewezen lege inhoudsmaten, als onder d bedoeld, ten verkoop voorhanden te hebben, ten verkoop aan te bieden of in de handel te brengen in strijd met het bij of krachtens die maatregel bepaalde;
f. een verbod om maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen, meetinstrumenten, onderdelen van en hulpinrichtingen voor die voorwerpen te voorzien van merken, tekens of andere opschriften, die verward kunnen worden met bij die maatregel aangewezen merken of tekens van de Europese Gemeenschap;
g. toekenning aan Onze Minister van de bevoegdheid tot het ter uitvoering van die regelen stellen van nadere regelen.