BWBR0009082
Geldig vanaf 1997-12-24
Artikel 13
IJkwet
1. De bij keuring of herkeuring goedgekeurde voorwerpen als in artikel 10bedoeld worden ten bewijze van die goedkeuring voorzien van een of meer uit twee delen bestaande ijkmerken. Het model van die ijkmerken wordt bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld.
2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt in afwijking van het eerste lid bepaald dat ten aanzien van daarbij aangewezen voorwerpen, wegens hun samenstelling of afmetingen, bij de keuring of herkeuring in geval van goedkeuring ijkmerken of delen daarvan niet worden aangebracht. Bij die maatregel wordt tevens bepaald ten aanzien van welke van die voorwerpen wordt volstaan met het aanbrengen van delen van ijkmerken en ten aanzien van welke van die voorwerpen het aanbrengen van ijkmerken geheel of ten dele wordt vervangen door de afgifte van een gewaarmerkte verklaring, waarin de bij die maatregel vast te stellen gegevens worden vermeld.
3. Voorwerpen die bij de herkeuring niet meer aan de bij of krachtens artikel 6gegeven voorschriften blijken te voldoen, worden voorzien van een afkeuringsmerk, waarvan het model bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld.
4. Onze Minister kan regelen stellen omtrent de wijze waarop en de middelen waarmee voorwerpen als in artikel 10bedoeld van ijkmerken of afkeuringsmerken moeten worden voorzien, alsmede omtrent de plaats van die merken.
2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt in afwijking van het eerste lid bepaald dat ten aanzien van daarbij aangewezen voorwerpen, wegens hun samenstelling of afmetingen, bij de keuring of herkeuring in geval van goedkeuring ijkmerken of delen daarvan niet worden aangebracht. Bij die maatregel wordt tevens bepaald ten aanzien van welke van die voorwerpen wordt volstaan met het aanbrengen van delen van ijkmerken en ten aanzien van welke van die voorwerpen het aanbrengen van ijkmerken geheel of ten dele wordt vervangen door de afgifte van een gewaarmerkte verklaring, waarin de bij die maatregel vast te stellen gegevens worden vermeld.
3. Voorwerpen die bij de herkeuring niet meer aan de bij of krachtens artikel 6gegeven voorschriften blijken te voldoen, worden voorzien van een afkeuringsmerk, waarvan het model bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld.
4. Onze Minister kan regelen stellen omtrent de wijze waarop en de middelen waarmee voorwerpen als in artikel 10bedoeld van ijkmerken of afkeuringsmerken moeten worden voorzien, alsmede omtrent de plaats van die merken.