BWBR0009076
Geldig vanaf 1997-12-13
Artikel 10
Regeling deugdelijkheid en weggedrag
1. Een dynamische beproeving als bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, bestaat uit een drietal duurbeproevingen met wisselende krachten, te weten:
a. een beproeving in de langsrichting van het voertuig als bedoeld in het vierde lid;
b. een beproeving in de dwarsrichting van het voertuig als bedoeld in het vijfde lid;
c. een beproeving in de verticale richting als bedoeld in het zesde lid, waarbij het voertuig wordt beladen tot de maximum toegestane massa, zoals opgegeven door de fabrikant van het oorspronkelijke voertuig.
2. De beproevingen, bedoeld in het eerste lid, worden met wisselende krachten uitgevoerd waarbij het voertuig op zodanige wijze op een proefopstelling wordt vastgezet, dat de uitgeoefende krachten zo realistisch mogelijk door het voertuig worden opgenomen.
De krachten worden achtereenvolgens dan wel gelijktijdig door middel van de band, of een daarvoor in de plaats tredend element, ter plaatse van het raakvlak tussen de band en het wegdek, op het voertuig overgebracht.
3. a. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: Fwiel = de maximum toegestane last onder het desbetreffende wiel.
b. In de figuren zijn: 1° de accelaratiekrachten positief en de remkrachten negatief aangegeven;
2° de naar buiten gerichte zijdelingse krachten positief en de naar binnen gerichte zijdelingse krachten negatief aangegeven.
1° de accelaratiekrachten positief en de remkrachten negatief aangegeven;
2° de naar buiten gerichte zijdelingse krachten positief en de naar binnen gerichte zijdelingse krachten negatief aangegeven.
4. Een duurbeproeving in langsrichting van het voertuig als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt uitgevoerd met 20.000 lastwisselingen waarbij de volgende krachten worden uitgeoefend:
a. remkrachten op het niet aangedreven voorwiel, overeenkomstig figuur 1,
b. remkrachten op het niet aangedreven achterwiel, overeenkomstig figuur 2,
c. rem- en accelleratiekrachten op het aangedreven voorwiel, overeenkomstig figuur 3,
d. rem- en accelleratiekrachten op het aangedreven achterwiel, overeenkomstig figuur 4,
5. Een duurbeproeving in dwarsrichting van het voertuig als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt uitgevoerd met 20.000 lastwisselingen waarbij een zijdelingse kracht op het wiel moeten worden uitgeoefend, overeenkomstig figuur 5,
6. Een duurbeproeving in verticale richting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt uitgevoerd met 150.000 lastwisselingen waarbij het wiel ten opzichte van de rustpositie met een frequentie van circa 7 Hz 35 mm omhoog en 35 mm omlaag wordt bewogen.
De schokdempers mogen tijdens de beproeving niet warmer worden dan volgens de schokdemperfabrikant toelaatbaar is. Zo nodig worden de schokdempers gekoeld of wordt de beproeving intermitterend uitgevoerd.
Indien het voertuig met verschillende schokdempers kan worden uitgerust, wordt beproefd in combinatie met de schokdempers die de grootste schokdemperkrachten uitoefenen.
a. een beproeving in de langsrichting van het voertuig als bedoeld in het vierde lid;
b. een beproeving in de dwarsrichting van het voertuig als bedoeld in het vijfde lid;
c. een beproeving in de verticale richting als bedoeld in het zesde lid, waarbij het voertuig wordt beladen tot de maximum toegestane massa, zoals opgegeven door de fabrikant van het oorspronkelijke voertuig.
2. De beproevingen, bedoeld in het eerste lid, worden met wisselende krachten uitgevoerd waarbij het voertuig op zodanige wijze op een proefopstelling wordt vastgezet, dat de uitgeoefende krachten zo realistisch mogelijk door het voertuig worden opgenomen.
De krachten worden achtereenvolgens dan wel gelijktijdig door middel van de band, of een daarvoor in de plaats tredend element, ter plaatse van het raakvlak tussen de band en het wegdek, op het voertuig overgebracht.
3. a. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: Fwiel = de maximum toegestane last onder het desbetreffende wiel.
b. In de figuren zijn: 1° de accelaratiekrachten positief en de remkrachten negatief aangegeven;
2° de naar buiten gerichte zijdelingse krachten positief en de naar binnen gerichte zijdelingse krachten negatief aangegeven.
1° de accelaratiekrachten positief en de remkrachten negatief aangegeven;
2° de naar buiten gerichte zijdelingse krachten positief en de naar binnen gerichte zijdelingse krachten negatief aangegeven.
4. Een duurbeproeving in langsrichting van het voertuig als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt uitgevoerd met 20.000 lastwisselingen waarbij de volgende krachten worden uitgeoefend:
a. remkrachten op het niet aangedreven voorwiel, overeenkomstig figuur 1,
b. remkrachten op het niet aangedreven achterwiel, overeenkomstig figuur 2,
c. rem- en accelleratiekrachten op het aangedreven voorwiel, overeenkomstig figuur 3,
d. rem- en accelleratiekrachten op het aangedreven achterwiel, overeenkomstig figuur 4,
5. Een duurbeproeving in dwarsrichting van het voertuig als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt uitgevoerd met 20.000 lastwisselingen waarbij een zijdelingse kracht op het wiel moeten worden uitgeoefend, overeenkomstig figuur 5,
6. Een duurbeproeving in verticale richting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt uitgevoerd met 150.000 lastwisselingen waarbij het wiel ten opzichte van de rustpositie met een frequentie van circa 7 Hz 35 mm omhoog en 35 mm omlaag wordt bewogen.
De schokdempers mogen tijdens de beproeving niet warmer worden dan volgens de schokdemperfabrikant toelaatbaar is. Zo nodig worden de schokdempers gekoeld of wordt de beproeving intermitterend uitgevoerd.
Indien het voertuig met verschillende schokdempers kan worden uitgerust, wordt beproefd in combinatie met de schokdempers die de grootste schokdemperkrachten uitoefenen.