BWBR0009069
Geldig vanaf 1997-12-17
Artikel 6
IJkreglement
1. Metingen of wegingen met een meet- of weegwerktuig of meetinstrument, waarbij de wijze van opstelling van belang is voor de nauwkeurigheid van de meting of weging, mogen slechts worden verricht, indien het meet- of weegwerktuig of meetinstrument volgens aanwijzing van een daartoe aanwezige inrichting op de juiste wijze is opgesteld.
2. Meet- en weegwerktuigen als bedoeld in het eerste lid, aanwezig op plaatsen van verkoop aan particulieren van goederen, die bij de maat of het gewicht worden verkocht, moeten volgens aanwijzing van de daartoe aanwezige inrichting juist zijn opgesteld.
3. Weegwerktuigen moeten, alvorens daarmede gewogen wordt, onbelast in de juiste evenwichtsstand worden gebracht, indien de evenwichtsstand van het onbelaste weegwerktuig van belang is voor de juistheid van het weegresultaat.
4. Weegwerktuigen, aanwezig op plaatsen, bedoeld in het tweede lid, moeten onbelast in de juiste evenwichtsstand verkeren.
5. Meet- en weegwerktuigen, aanwezig op plaatsen, bedoeld in het tweede lid, moeten zodanig zijn opgesteld, dat de koper de aanwijzing van het betrokken meet- of weegwerktuig onbelemmerd kan waarnemen.
2. Meet- en weegwerktuigen als bedoeld in het eerste lid, aanwezig op plaatsen van verkoop aan particulieren van goederen, die bij de maat of het gewicht worden verkocht, moeten volgens aanwijzing van de daartoe aanwezige inrichting juist zijn opgesteld.
3. Weegwerktuigen moeten, alvorens daarmede gewogen wordt, onbelast in de juiste evenwichtsstand worden gebracht, indien de evenwichtsstand van het onbelaste weegwerktuig van belang is voor de juistheid van het weegresultaat.
4. Weegwerktuigen, aanwezig op plaatsen, bedoeld in het tweede lid, moeten onbelast in de juiste evenwichtsstand verkeren.
5. Meet- en weegwerktuigen, aanwezig op plaatsen, bedoeld in het tweede lid, moeten zodanig zijn opgesteld, dat de koper de aanwijzing van het betrokken meet- of weegwerktuig onbelemmerd kan waarnemen.