BWBR0009069
Geldig vanaf 1997-12-17
Artikel 2
IJkreglement
1. De maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen en meetinstrumenten moeten zodanig zijn ingericht, dat zij geen aanleiding tot misleiding of misvatting kunnen geven. Zij moeten een doelmatige vorm hebben, uit voor het doel geschikte grondstoffen van goede hoedanigheid zijn vervaardigd, aan de eis van goed werk voldoen en in goede staat van onderhoud verkeren; zij moeten zodanig zijn samengesteld, dat ijkmerken en afkeuringsmerken gemakkelijk kunnen worden aangebracht en niet zonder beschadiging kunnen worden verwijderd.
2. Onze Minister stelt ter uitvoering van het eerste lid nadere bepalingen vast, waarbij de in artikel 1onderscheiden maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen en de meetinstrumenten zo nodig nader worden omschreven; hij stelt voorts eisen vast ten aanzien van de meet- en weegeigenschappen en kan nadere voorschriften geven, welke voor een doelmatig gebruik van de maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen en meetinstrumenten bevorderlijk zijn, alsmede omtrent het aanbrengen van ijkmerken.
3. De maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen en meetinstrumenten mogen geen aanduidingen van andere dan de bij of krachtens artikel 1 van de IJkweterkende meeteenheden dragen; de aanduiding van decimale veelvouden en delen van de erkende meeteenheden op vorenbedoelde voorwerpen moet overeenstemmen met het bij of krachtens artikel 4 van de IJkwetbepaalde.
4. De maat- en gewichtsaanduidingen die op de maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen en meetinstrumenten voorkomen, bestaan hetzij uit een getal, gevolgd door de naam of de aanduiding van een erkende meeteenheid of van zijn decimale veelvoud of deel, vastgesteld bij of krachtens de artikelen 1 en 4 van de IJkwet, hetzij uit een getal, gevolgd door het bij of krachtens die artikelen voor de betrokken erkende meeteenheid of zijn decimale veelvoud of deel vastgestelde symbool, dan wel uit een getal alleen.
5. Onze Minister kan in afwijking van het derde lid bepalen dat in door hem aangewezen gevallen en met inachtneming van door hem gestelde regelen voorwerpen als in het derde lid bedoeld behalve de in dat lid bedoelde aanduidingen ook aanduidingen van andere dan de erkende meeteenheden mogen dragen.
2. Onze Minister stelt ter uitvoering van het eerste lid nadere bepalingen vast, waarbij de in artikel 1onderscheiden maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen en de meetinstrumenten zo nodig nader worden omschreven; hij stelt voorts eisen vast ten aanzien van de meet- en weegeigenschappen en kan nadere voorschriften geven, welke voor een doelmatig gebruik van de maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen en meetinstrumenten bevorderlijk zijn, alsmede omtrent het aanbrengen van ijkmerken.
3. De maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen en meetinstrumenten mogen geen aanduidingen van andere dan de bij of krachtens artikel 1 van de IJkweterkende meeteenheden dragen; de aanduiding van decimale veelvouden en delen van de erkende meeteenheden op vorenbedoelde voorwerpen moet overeenstemmen met het bij of krachtens artikel 4 van de IJkwetbepaalde.
4. De maat- en gewichtsaanduidingen die op de maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen en meetinstrumenten voorkomen, bestaan hetzij uit een getal, gevolgd door de naam of de aanduiding van een erkende meeteenheid of van zijn decimale veelvoud of deel, vastgesteld bij of krachtens de artikelen 1 en 4 van de IJkwet, hetzij uit een getal, gevolgd door het bij of krachtens die artikelen voor de betrokken erkende meeteenheid of zijn decimale veelvoud of deel vastgestelde symbool, dan wel uit een getal alleen.
5. Onze Minister kan in afwijking van het derde lid bepalen dat in door hem aangewezen gevallen en met inachtneming van door hem gestelde regelen voorwerpen als in het derde lid bedoeld behalve de in dat lid bedoelde aanduidingen ook aanduidingen van andere dan de erkende meeteenheden mogen dragen.