BWBR0009064
Geldig vanaf 1997-12-11
Artikel 3
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar dienst Bewaking, Beveiliging en Vervoer Amsterdam 1995
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:
a. de artikelen 177, 179 tot en met 182, 184 en 191 van het Wetboek van Strafrecht, de Opiumwet en de artikelen 13 en 26 van de Wet wapens en munitie;
b. andere strafbare feiten, indien en voorzover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek.
2. De in het eerste lid genoemde opsporingsbevoegdheid geldt voor het gehele land.
a. de artikelen 177, 179 tot en met 182, 184 en 191 van het Wetboek van Strafrecht, de Opiumwet en de artikelen 13 en 26 van de Wet wapens en munitie;
b. andere strafbare feiten, indien en voorzover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek.
2. De in het eerste lid genoemde opsporingsbevoegdheid geldt voor het gehele land.