BWBR0009056
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 13
Besluit subsidies exportfinancieringsarrangementen
1. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt een raming van het subsidiebedrag. De vermelding van het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld kan achterwege blijven.
2. Een subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat Onze Minister voor een bij de subsidieverlening bepaald tijdstip, behoudens voorafgaande schriftelijke verlenging door Onze Minister, heeft vastgesteld dat de subsidie-ontvanger heeft aangetoond:
a. dat de subsidie-ontvanger en de afnemer van de order de order hebben afgesloten en
b. indien het exportfinancieringsarrangement daarin voorziet, dat de overeenkomst op grond waarvan het exportkrediet wordt verstrekt is afgesloten.
3. Onze Minister kan bij ministeriële regeling regels vaststellen omtrent de wijze waarop moet worden aangetoond dat de in het tweede lid bedoelde gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Daartoe kan hij ook een formulier vaststellen.
4. Bij de vaststelling, bedoeld in het tweede lid, bepaalt Onze Minister het tijdstip waarop de order uiterlijk moet zijn uitgevoerd en vermeldt hij het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld.
5. Een subsidie wordt voorts verleend onder de opschortende voorwaarde dat een op grond van de OESO-consensus verrichte notificatie tot een voor de subsidie-ontvanger positief resultaat heeft geleid.
2. Een subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat Onze Minister voor een bij de subsidieverlening bepaald tijdstip, behoudens voorafgaande schriftelijke verlenging door Onze Minister, heeft vastgesteld dat de subsidie-ontvanger heeft aangetoond:
a. dat de subsidie-ontvanger en de afnemer van de order de order hebben afgesloten en
b. indien het exportfinancieringsarrangement daarin voorziet, dat de overeenkomst op grond waarvan het exportkrediet wordt verstrekt is afgesloten.
3. Onze Minister kan bij ministeriële regeling regels vaststellen omtrent de wijze waarop moet worden aangetoond dat de in het tweede lid bedoelde gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Daartoe kan hij ook een formulier vaststellen.
4. Bij de vaststelling, bedoeld in het tweede lid, bepaalt Onze Minister het tijdstip waarop de order uiterlijk moet zijn uitgevoerd en vermeldt hij het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld.
5. Een subsidie wordt voorts verleend onder de opschortende voorwaarde dat een op grond van de OESO-consensus verrichte notificatie tot een voor de subsidie-ontvanger positief resultaat heeft geleid.