BWBR0009021
Geldig vanaf 1998-02-01
Artikel VII
Wijzigingsbesluit Inrichtingsbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o., enz. (invoering profielen voortgezet onderwijs)
1. In afwijking van artikel 26c, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O.omvat het gemeenschappelijk deel van elk profiel in het havo tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in plaats van «geschiedenis en maatschappijleer» het vak maatschappijleer, met een normatieve studielast van 160 uren.
2. In afwijking van artikel 26c, vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O.omvat het profieldeel van het profiel cultuur en maatschappij in het havo tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip de volgende vakken en deelvakken, met de daarbij behorende normatieve studielast, uitgedrukt in uren:
d. een van de volgende deelvakken, als combinatie met het overeenkomstige deelvak van het gemeenschappelijk deel: dan wel een van de volgende vakken:
e. een of twee van de volgende vakken en deelvakken: een van de vakken en deelvakken, genoemd onder d een van de vakken tekenen, handvaardigheid I (handenarbeid), handvaardigheid II (textiele werkvormen), elk met een normatieve studielast van 360 uren.
3. De leerling mag in afwijking van het tweede lid, het deelvak wiskunde A1 vervangen door het vak wiskunde A1,2, het deelvak wiskunde B1 of het vak wiskunde B1,2, en het deelvak economie 1 vervangen door het vak economie 1,2, met een normatieve studielast van 440 uren.
4. Bij de toepassing van het tweede lid in samenhang met het derde lid, kunnen in afwijking van artikel 26a, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O.de vakken en deelvakken zodanig worden gekozen dat zij tezamen een normatieve studielast hebben van minder dan 1160 uren, maar ten minste 1000 uren. In dat geval wordt de normatieve studielast van het vrije deel verhoogd met het mindere.
2. In afwijking van artikel 26c, vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O.omvat het profieldeel van het profiel cultuur en maatschappij in het havo tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip de volgende vakken en deelvakken, met de daarbij behorende normatieve studielast, uitgedrukt in uren:
d. een van de volgende deelvakken, als combinatie met het overeenkomstige deelvak van het gemeenschappelijk deel: dan wel een van de volgende vakken:
e. een of twee van de volgende vakken en deelvakken: een van de vakken en deelvakken, genoemd onder d een van de vakken tekenen, handvaardigheid I (handenarbeid), handvaardigheid II (textiele werkvormen), elk met een normatieve studielast van 360 uren.
3. De leerling mag in afwijking van het tweede lid, het deelvak wiskunde A1 vervangen door het vak wiskunde A1,2, het deelvak wiskunde B1 of het vak wiskunde B1,2, en het deelvak economie 1 vervangen door het vak economie 1,2, met een normatieve studielast van 440 uren.
4. Bij de toepassing van het tweede lid in samenhang met het derde lid, kunnen in afwijking van artikel 26a, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O.de vakken en deelvakken zodanig worden gekozen dat zij tezamen een normatieve studielast hebben van minder dan 1160 uren, maar ten minste 1000 uren. In dat geval wordt de normatieve studielast van het vrije deel verhoogd met het mindere.