1. Voor de kandidaat die eindexamen v.w.o. (atheneum) aflegt en op wie artikel VIvan toepassing is, wordt dat eindexamen dienovereenkomstig aangepast. Indien voor die kandidaat het profieldeel een normatieve studielast heeft van minder dan 1840 uren, wordt het in
artikel 11, eerste lid, onderdeel c, van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.genoemde getal van 280 uren verhoogd met het mindere. Indien het bevoegd gezag van een school voor v.w.o. met toepassing van artikel VI, onderdeel C, derde lid, van de Wet van 2 juli 1997, houdende wijziging van de
Wet op het voortgezet onderwijs, de
Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoeken de
Wet educatie en beroepsonderwijsin verband met verbetering van de aansluiting van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en het hoger algemeen voortgezet onderwijs op het hoger onderwijs (profielen voortgezet onderwijs), Stb. 322, pas met ingang van 1 augustus 1999 met het onderwijs in algemene natuurwetenschappen aanvangt, wordt het getal van 280 uren, zo nodig na de in de tweede volzin bedoelde verhoging, verhoogd met 160 uren voor die kandidaten die alleen in het schooljaar 1998–1999 het onderwijs in het vierde leerjaar volgden. Voor de kandidaat die voor 1 augustus 2004 eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, kan het bevoegd gezag bepalen dat het gemeenschappelijk deel niet het vak algemene natuurwetenschappen omvat. In dat geval wordt het getal van 280 uren, zo nodig na de in de tweede volzin bedoelde verhoging, verhoogd met 160 uren.
2. Voor de kandidaat die eindexamen v.w.o. (gymnasium) aflegt en op wie artikel VIvan toepassing is, wordt dat eindexamen dienovereenkomstig aangepast. Indien voor die kandidaat het profieldeel een normatieve studielast heeft van minder dan 1840 uren, wordt het in
artikel 12, eerste lid, onderdeel c, van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.genoemde getal van 760 uren verhoogd met het mindere. Indien het bevoegd gezag van een school voor v.w.o. met toepassing van artikel VI, onderdeel C, derde lid, van de Wet van 2 juli 1997, houdende wijziging van de
Wet op het voortgezet onderwijs, de
Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoeken de
Wet educatie en beroepsonderwijsin verband met verbetering van de aansluiting van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en het hoger algemeen voortgezet onderwijs op het hoger onderwijs (profielen voortgezet onderwijs), Stb. 322, pas met ingang van 1 augustus 1999 met het onderwijs in algemene natuurwetenschappen aanvangt, wordt het getal van 760 uren, zo nodig na de in de tweede volzin bedoelde verhoging, verhoogd met 160 uren voor die kandidaten die alleen in het schooljaar 1998–1999 het onderwijs in het vierde leerjaar volgden. Voor de kandidaat die voor 1 augustus 2004 eindexamen v.w.o. aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, kan het bevoegd gezag bepalen dat het gemeenschappelijk deel niet het vak algemene natuurwetenschappen omvat. In dat geval wordt het getal van 760 uren, zo nodig na de in de tweede volzin bedoelde verhoging, verhoogd met 160 uren.
3. Voor de kandidaat die eindexamen h.a.v.o. aflegt en op wie artikel VIIvan toepassing is, wordt dat eindexamen dienovereenkomstig aangepast. Indien voor die kandidaat het profieldeel een normatieve studielast heeft van minder dan 1160 uren, wordt het in
artikel 13, eerste lid, onderdeel c, van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.genoemde getal van 200 verhoogd met het mindere. Indien het bevoegd gezag van een school voor h.a.v.o. met toepassing van artikel VI, onderdeel C, derde lid, van de Wet van 2 juli 1997, houdende wijziging van de
Wet op het voortgezet onderwijs, de
Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoeken de
Wet educatie en beroepsonderwijsin verband met verbetering van de aansluiting van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en het hoger algemeen voortgezet onderwijs op het hoger onderwijs (profielen voortgezet onderwijs), Stb. 322, pas met ingang van 1 augustus 1999 met het onderwijs in algemene natuurwetenschappen aanvangt, wordt het getal van 200 uren, zo nodig na de in de tweede volzin bedoelde verhoging, verhoogd met 160 uren voor die kandidaten die alleen in het schooljaar 1998–1999 het onderwijs in het vierde leerjaar volgden. Voor de kandidaat die voor 1 augustus 2003 eindexamen h.a.v.o. aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, kan het bevoegd gezag bepalen dat het gemeenschappelijk deel niet het vak algemene natuurwetenschappen omvat. In dat geval wordt het getal van 200 uren, zo nodig na de in de tweede volzin bedoelde verhoging, verhoogd met 160 uren.