BWBR0009013
Geldig vanaf 1997-12-06
Artikel 2
Regeling EG-verklaring stedenbouwkundigen, tuin- en landschapsarchitecten en interieurarchitecten
1. De aanvraag tot het verkrijgen van een EG-verklaring ten aanzien van een beroep, als bedoeld in de artikelen 10, 11en 12 van de Wet op de architectentitel, wordt ingediend bij de stichting.
2. Bij de aanvraag worden overgelegd:
a. een gewaarmerkte kopie van een geldig legitimatiebewijs, waaruit de nationaliteit van de aanvrager blijkt;
b. een curriculum vitae dat in elk geval een uitgebreid overzicht bevat van de beroepservaring van de aanvrager;
c. gewaarmerkte kopieën van alle in het bezit van de aanvrager zijnde diploma’s voorzover die van belang kunnen zijn voor het beroep waarop de aanvraag betrekking heeft; en
d. een overzicht van relevante studiegegevens, in elk geval bevattende de totale cursusduur, een vakkenoverzicht, een door het desbetreffende opleidingsinstituut opgestelde globale leerstofomschrijving van de vakken met de aan de verschillende vakken bestede studietijd en gegevens omtrent een eventueel gevolgde stage.
3. Indien de aanvrager een als gelijkwaardig erkende opleiding als bedoeld in artikel 2 van de wetheeft gevolgd, legt de aanvrager bovendien over:
a. een gewaarmerkte kopie van een document van het bevoegde gezag van een lidstaat, waaruit die erkenning blijkt; of
b. voorzover die erkenning betreft een in een derde land met goed gevolg afgesloten hoger-onderwijsopleiding, een gewaarmerkte kopie van een document waaruit blijkt dat de aanvrager in de lidstaat, bedoeld onder a, tenminste een driejarige ervaring in het desbetreffende beroep heeft opgedaan.
2. Bij de aanvraag worden overgelegd:
a. een gewaarmerkte kopie van een geldig legitimatiebewijs, waaruit de nationaliteit van de aanvrager blijkt;
b. een curriculum vitae dat in elk geval een uitgebreid overzicht bevat van de beroepservaring van de aanvrager;
c. gewaarmerkte kopieën van alle in het bezit van de aanvrager zijnde diploma’s voorzover die van belang kunnen zijn voor het beroep waarop de aanvraag betrekking heeft; en
d. een overzicht van relevante studiegegevens, in elk geval bevattende de totale cursusduur, een vakkenoverzicht, een door het desbetreffende opleidingsinstituut opgestelde globale leerstofomschrijving van de vakken met de aan de verschillende vakken bestede studietijd en gegevens omtrent een eventueel gevolgde stage.
3. Indien de aanvrager een als gelijkwaardig erkende opleiding als bedoeld in artikel 2 van de wetheeft gevolgd, legt de aanvrager bovendien over:
a. een gewaarmerkte kopie van een document van het bevoegde gezag van een lidstaat, waaruit die erkenning blijkt; of
b. voorzover die erkenning betreft een in een derde land met goed gevolg afgesloten hoger-onderwijsopleiding, een gewaarmerkte kopie van een document waaruit blijkt dat de aanvrager in de lidstaat, bedoeld onder a, tenminste een driejarige ervaring in het desbetreffende beroep heeft opgedaan.