BWBR0009005
Geldig vanaf 1997-11-22
Artikel 3
Onderwijsregeling inburgering nieuwkomers 1998
1. De gemeente draagt er zorg voor dat de educatieve component voor de nieuwkomers van de gemeente beschikbaar is en draagt tevens zorg voor het totstandkomen van een onderwijsovereenkomst tussen de nieuwkomer-deelnemer en de instelling.
2. Op de onderwijsovereenkomst is artikel 8.1.3 van de wet van overeenkomstige toepassing. De onderwijsovereenkomst bevat voorts ten minste:
a. de datum waarop de nieuwkomer-deelnemer door het bevoegd gezag van de instelling is ingeschreven;
b. een verplichting tot het afleggen door de nieuwkomer-deelnemer en het afnemen door de instelling van een toets waaruit het door de nieuwkomer-deelnemer bereikte niveau en de mogelijkheden voor vervolgopleidingen kunnen worden afgeleid en waarbij het niveau van de nieuwkomer-deelnemer wordt gemeten in relatie tot het niveau van de opleiding Nederlands als tweede taal I en II, bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel c, van de wet;
c. de verplichting tot het verstrekken door de instelling van een document aan de nieuwkomer-deelnemer en de gemeente waaruit het in onderdeel b bedoelde niveau, de mogelijkheden voor vervolgopleidingen en het aantal lesuren dat de nieuwkomer-deelnemer heeft deelgenomen aan een opleiding Nederlands als tweede taal I en II, bedoeld onder b, blijken;
d. de verplichting van de nieuwkomer-deelnemer tot het volgen van het op grond van de overeenkomst tussen gemeente en instelling in de inburgeringsovereenkomst overeengekomen onderwijs, met dien verstande dat de nieuwkomer-deelnemer van deze verplichting is ontheven indien de nieuwkomer-deelnemer naar het oordeel van de instelling het niveau van het examen heeft bereikt.
2. Op de onderwijsovereenkomst is artikel 8.1.3 van de wet van overeenkomstige toepassing. De onderwijsovereenkomst bevat voorts ten minste:
a. de datum waarop de nieuwkomer-deelnemer door het bevoegd gezag van de instelling is ingeschreven;
b. een verplichting tot het afleggen door de nieuwkomer-deelnemer en het afnemen door de instelling van een toets waaruit het door de nieuwkomer-deelnemer bereikte niveau en de mogelijkheden voor vervolgopleidingen kunnen worden afgeleid en waarbij het niveau van de nieuwkomer-deelnemer wordt gemeten in relatie tot het niveau van de opleiding Nederlands als tweede taal I en II, bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel c, van de wet;
c. de verplichting tot het verstrekken door de instelling van een document aan de nieuwkomer-deelnemer en de gemeente waaruit het in onderdeel b bedoelde niveau, de mogelijkheden voor vervolgopleidingen en het aantal lesuren dat de nieuwkomer-deelnemer heeft deelgenomen aan een opleiding Nederlands als tweede taal I en II, bedoeld onder b, blijken;
d. de verplichting van de nieuwkomer-deelnemer tot het volgen van het op grond van de overeenkomst tussen gemeente en instelling in de inburgeringsovereenkomst overeengekomen onderwijs, met dien verstande dat de nieuwkomer-deelnemer van deze verplichting is ontheven indien de nieuwkomer-deelnemer naar het oordeel van de instelling het niveau van het examen heeft bereikt.