BWBR0009005
Geldig vanaf 1997-11-22
Artikel 2
Onderwijsregeling inburgering nieuwkomers 1998
1. De minister maakt aan de gemeenten in november 1997 bekend welke rijksbijdrage voor de gemeenten voor het jaar 1998 wordt verstrekt. De minister verstrekt de rijksbijdrage in 1998 aan de gemeenten, vermeld in de bijlage bij deze regeling, op grond van het geraamde aantal nieuwkomers van de gemeente. De rijksbijdrage wordt uitgekeerd volgens een door de minister te bepalen kasritme.
2. De rijksbijdrage bedraagt ƒ 8.185,24 voor elke geraamde nieuwkomer. De hoogte van de rijksbijdrage wordt in 1998 aangepast in verband met de toepasselijke algemene salaris- en andere maatregelen en in verband met de opslag in verband met werkloosheidsuitkeringen.
3. De gemeente kan in het jaar 1998 samenwerken met één of meer andere gemeenten door het gehele bedrag van de rijksbijdrage tezamen met één of meer andere gemeenten te besteden, indien tevens voor het gehele bedrag van de welzijnsuitkering gezamenlijke besteding plaatsvindt.
4. In geval van samenwerking als bedoeld in het derde lid, wijzen de samenwerkende gemeenten een gemeente aan die namens de samenwerkende gemeenten de rijksbijdrage ontvangt en verantwoordt. Deze gemeente draagt zorg voor de informatie, bedoeld in artikel 10.
5. In geval van samenwerking als bedoeld in het derde lid, ontvangt de minister uiterlijk op 1 december 1997 daarover een melding van de gemeenten die samenwerken, met inachtneming van het zesde en zevende lid.
6. De melding bevat van de betrokken gemeenten:
a. de namen van de gemeenten die samenwerken,
b. de naam van de gemeente, bedoeld in het vierde lid, en
c. een verklaring van burgemeester en wethouders van iedere gemeente houdende machtiging tot ontvangst en verantwoording van de rijksbijdrage door de gemeente, bedoeld in het vierde lid.
7. Uitsluitend meldingen die voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in het zesde lid, worden in behandeling genomen. In geval van een onvolledige melding stelt de minister de gemeente die de melding heeft verzorgd, in de gelegenheid het verzuim te herstellen.
8. De rijksbijdrage strekt tot vergoeding van de kosten van de educatieve component van de nieuwkomerdeelnemers van de gemeente in 1998, en kan voor zover deze niet wordt besteed aan de educatieve component, worden besteed aan de welzijnscomponent.
9. De rijksbijdrage kan, voorzover zij aantoonbaar niet kan worden besteed aan het aantal nieuwkomerdeelnemers van de gemeente in 1998, worden besteed aan educatie als bedoeld in artikel 2.3.1, eerste lid, tweede volzin, van de wet dan wel worden gereserveerd ten behoeve van een van de doeleinden, genoemd in het achtste lid.
10. De rijksbijdrage wordt verstrekt onder voorbehoud van goedkeuring van de beschikbare middelen door de begrotingswetgever.
2. De rijksbijdrage bedraagt ƒ 8.185,24 voor elke geraamde nieuwkomer. De hoogte van de rijksbijdrage wordt in 1998 aangepast in verband met de toepasselijke algemene salaris- en andere maatregelen en in verband met de opslag in verband met werkloosheidsuitkeringen.
3. De gemeente kan in het jaar 1998 samenwerken met één of meer andere gemeenten door het gehele bedrag van de rijksbijdrage tezamen met één of meer andere gemeenten te besteden, indien tevens voor het gehele bedrag van de welzijnsuitkering gezamenlijke besteding plaatsvindt.
4. In geval van samenwerking als bedoeld in het derde lid, wijzen de samenwerkende gemeenten een gemeente aan die namens de samenwerkende gemeenten de rijksbijdrage ontvangt en verantwoordt. Deze gemeente draagt zorg voor de informatie, bedoeld in artikel 10.
5. In geval van samenwerking als bedoeld in het derde lid, ontvangt de minister uiterlijk op 1 december 1997 daarover een melding van de gemeenten die samenwerken, met inachtneming van het zesde en zevende lid.
6. De melding bevat van de betrokken gemeenten:
a. de namen van de gemeenten die samenwerken,
b. de naam van de gemeente, bedoeld in het vierde lid, en
c. een verklaring van burgemeester en wethouders van iedere gemeente houdende machtiging tot ontvangst en verantwoording van de rijksbijdrage door de gemeente, bedoeld in het vierde lid.
7. Uitsluitend meldingen die voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in het zesde lid, worden in behandeling genomen. In geval van een onvolledige melding stelt de minister de gemeente die de melding heeft verzorgd, in de gelegenheid het verzuim te herstellen.
8. De rijksbijdrage strekt tot vergoeding van de kosten van de educatieve component van de nieuwkomerdeelnemers van de gemeente in 1998, en kan voor zover deze niet wordt besteed aan de educatieve component, worden besteed aan de welzijnscomponent.
9. De rijksbijdrage kan, voorzover zij aantoonbaar niet kan worden besteed aan het aantal nieuwkomerdeelnemers van de gemeente in 1998, worden besteed aan educatie als bedoeld in artikel 2.3.1, eerste lid, tweede volzin, van de wet dan wel worden gereserveerd ten behoeve van een van de doeleinden, genoemd in het achtste lid.
10. De rijksbijdrage wordt verstrekt onder voorbehoud van goedkeuring van de beschikbare middelen door de begrotingswetgever.