BWBR0008999
Geldig vanaf 2017-02-22
Artikel 11b
Wet havenstaatcontrole
1. De havenbeheerder weigert een schip, met uitzondering van een vissersvaartuig, waarvoor toestemming is verleend om naar een reparatiewerf te vertrekken, de toegang tot de haven, indien dat schip vanuit een haven van een lidstaat is uitgevaren of vanuit een andere bij het MOU aangesloten havenstaat naar zee is vertrokken:
a. zonder dat voldaan is aan de gestelde voorwaarden voor de reis, of
b. zonder zich te begeven naar de gekozen dichtstbijzijnde reparatiewerf.
2. De havenbeheerder bevestigt een weigering als bedoeld in het eerste lid zo spoedig mogelijk schriftelijk.
3. In een situatie als bedoeld in het eerste lid laat de havenbeheerder het schip toe in de haven op het moment dat de kapitein of exploitant naar het oordeel van de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de tekortkoming aan het schip is geconstateerd, heeft aangetoond dat het schip aan de voorschriften van de verdragen voldoet.
a. zonder dat voldaan is aan de gestelde voorwaarden voor de reis, of
b. zonder zich te begeven naar de gekozen dichtstbijzijnde reparatiewerf.
2. De havenbeheerder bevestigt een weigering als bedoeld in het eerste lid zo spoedig mogelijk schriftelijk.
3. In een situatie als bedoeld in het eerste lid laat de havenbeheerder het schip toe in de haven op het moment dat de kapitein of exploitant naar het oordeel van de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de tekortkoming aan het schip is geconstateerd, heeft aangetoond dat het schip aan de voorschriften van de verdragen voldoet.