BWBR0008993
Geldig vanaf 1997-12-14
Artikel 2
Aanwijzing macro-verstrekkingenbudget ziekenfondsverzekering 1998
1. De besteedbare middelen, genoemd in artikel 1, worden verdeeld in:
a. een macro-deelbudget variabele kosten ziekenhuisverpleging (inclusief kosten specialistische hulp) ad. f 5.421.739.000,-, bestaande uit: a.1. een macro-deelbudget variabele kosten ziekenhuisverpleging (exclusief kosten specialistische hulp) ad. f 3.546.722.000,-;
a.2. een macro-deelbudget kosten specialistische hulp ad. f 1.875.017.000;
a.1. een macro-deelbudget variabele kosten ziekenhuisverpleging (exclusief kosten specialistische hulp) ad. f 3.546.722.000,-;
a.2. een macro-deelbudget kosten specialistische hulp ad. f 1.875.017.000;
b. een macro-deelbudget vaste kosten ziekenhuisverpleging ad. f 8.196.543.000,-;
c. een macro-deelbudget kosten overige verstrekkingen ad. f 7.907.918.000,-.
2. Voor de verdeling van de verstrekkingen naar de verschillende macro-deelbudgetten wordt aangesloten bij het Jaaroverzicht Zorg 1998 (JOZ 1998), waarbij tevens rekening wordt gehouden met de effecten van de herstructurering van de Ziekenfondswet1998, alsmede met het ter beschikking stellen van een bedrag ad f 30.000.000,-voor de oplossing van de wachtlijstproblematiek bij de ziekenhuizen.
De macro-deelbudgetten variabele kosten ziekenhuisverpleging en vaste kosten ziekenhuisverpleging (totale kosten ziekenhuisverpleging) omvatten de verstrekkingen die ten grondslag liggen aan de raming van de kosten voor algemene, categorale en academische ziekenhuizen, specialistische hulp, en overige voorzieningen curatieve zorg in het JOZ 1998, echter exclusief In Vitro Fertilisatie.
Het macro-deelbudget kosten overige verstrekkingen omvat alle overige ZFW-verstrekkingen die niet zijn opgenomen in de macro-deelbudgetten variabele kosten ziekenhuisverpleging en vaste kosten ziekenhuisverpleging.
3. Het macro-deelbudget, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt verdeeld in een budget voor elk ziekenfonds
Het macro-deelbudget, genoemd in het eerste lid, onder a.1., wordt verdeeld in een budget voor elk ziekenfonds. De verdeling geschiedt aan de hand van de productie-indicatoren verpleegdag, opname, dagverpleging en eerste polikliniekbezoek. Bij de verdeling wordt uitgegaan van de in tabel 1 geraamde macro-omvang van de productie-indicatoren voor ziekenfonds-verzekerden voor 1998.
[tabel]
Aan de productie-indicatoren worden de in tabel 2 genoemde prijzen gekoppeld.
[tabel]
Bij de verdeling worden voorts de verzekerdenaantallen gesplitst naar de criteria ’leeftijd’, ’geslacht’, ’regio’ en ’arbeidsongeschiktheid’. Aan de onderscheiden criteria worden gewichten toegekend. Bij de toepassing van de arbeids-ongeschiktheidsgewichten wordt onderscheid gemaakt naar leeftijd.
Bij de verdeling van het macro-deelbudget wordt uitgegaan van de arbeids-ongeschiktheidsgewichten zoals vermeld in tabel 3.
[tabel]
Op deze gewichten zal nog een herrekening plaatsvinden, op basis van de bij de Ziekenfondsraad ter beschikking staande gegevens, naar het totale ziekenfondsverzekerdenbestand.
Voor toepassing van de regiofactor wordt per ziekenfonds het aantal verzekerden geïnventariseerd per 4-cijferig postcodegebied. Deze verzekerden worden vervolgens ondergebracht in een vijftal klassen van stedelijkheid. Dit vindt plaats op basis van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hiervoor gehanteerde maatstaf: de gemeentelijke omgevingsadressendichtheid (OAD). Voor de vijf verschillende OAD-klassen worden de gewichten per productie-indicator gebruikt zoals opgenomen in tabel 4.
Tabel 4. Regiogewichten macro-deelbudget variabele kosten ziekenhuisverpleging exclusief kosten specialistische hulp
[tabel]
Op deze gewichten zal nog een herrekening plaatsvinden, op basis van de bij de Ziekenfondsraad ter beschikking staande gegevens, naar het totale ziekenfondsverzekerdenbestand.
Het macro-deelbudget, genoemd in het eerste lid, onder a.2., wordt verdeeld in een budget voor elk ziekenfonds. Bij de verdeling worden de verzekerdenaantallen gesplitst naar de criteria ’leeftijd’ en ’geslacht’. Aan de onderscheiden criteria worden gewichten toegekend.
4. Het macro-deelbudget, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt verdeeld in een budget voor elk ziekenfonds op basis van historische kosten (1996). Voor een nieuw ziekenfonds, dat geen rechtsopvolger van een of meer reeds bestaande ziekenfondsen is, kan worden uitgegaan van een andere basis.
5. Het macro-deelbudget, bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt verdeeld in een budget voor elk ziekenfonds. De verzekerdenaantallen worden gesplitst naar de criteria ’leeftijd’, ’geslacht’, ’regio’ en ’arbeidsongeschiktheid’.
Aan de onderscheiden criteria worden gewichten toegekend. De gewichten van de toegepaste arbeidsongeschikt-heidsfactoren zijn opgenomen in tabel 3.
Op deze gewichten zal nog een herrekening plaatsvinden, op basis van de bij de Ziekenfondsraad ter beschikking staande gegevens, naar het totale ziekenfondsverzekerdenbestand. Voor toepassing van de regiofactor wordt per ziekenfonds het aantal verzekerden geïnventariseerd per 4-cijferig postcodegebied. Deze verzekerden worden vervolgens ondergebracht in een vijftal klassen van stedelijkheid. Dit vindt plaats op basis van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hiervoor gehanteerde maatstaf: de gemeentelijke omgevingsadressendichtheid (OAD). Voor de vijf verschillende OAD-klassen worden de volgende gewichten gebruikt: de klassen 1 - 2 - 3 - 4 en 5 krijgen respectievelijk de gewichten 1,012 / 1,016 / 1,018 / 0,984 / 0,959.
6. De Ziekenfondsraad bepaalt per macro-deelbudget het gewicht van de onderscheiden criteria.
7. Bij de bepaling van het aantal ingeschreven verzekerden laat de Ziekenfondsraad de inschrijving buiten beschouwing van verzekerden aan wie de kosten van verstrekkingen en vergoedingen ingevolge artikel 4ten laste van de Algemene Kas middelen besteedbaar worden gesteld naar het werkelijke bedrag van die kosten. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing voor inschrijvingen met terugwerkende kracht, voorzover het betreft de periode waarover de inschrijving terugwerkt.
8. Van het totaal van de in het eerste lid genoemde macro-deelbudgetten wordt een gedeelte, tot een maximum van drie procent op jaarbasis van de in het eerste lid, onder a en c, genoemde macro-deelbudgetten, in verband met het verlenen van flexibele zorg vervangen door een door de Ziekenfondsraad vastgestelde subsidie.
9. Voor de toepassing van artikel 3wordt de in het achtste lid bedoelde subsidie aangemerkt als onderdeel van:
enerzijds het deelbudget vaste kosten ziekenhuisverpleging en anderzijds de deelbudgetten variabele kosten ziekenhuisverpleging (inclusief kosten specialistische hulp) en kosten overige verstrekkingen, indien het flexibele zorg betreft die in de plaats komt van ziekenhuisverpleging en/of medisch specialistische hulp volgens de in het tiende lid opgenomen verdeelsleutel;
het deelbudget kosten overige verstrekkingen, indien het flexibele zorg betreft die niet in de plaats komt van ziekenhuisverpleging en/of medisch specialistische hulp.
10. De verdeling, bedoeld in het vorige lid, is gelijk aan de verhouding tussen enerzijds de deelbudget vaste kosten ziekenhuisverpleging en anderzijds de deelbudgetten variabele kosten ziekenhuisverpleging (inclusief kosten specialistische hulp) en kosten overige verstrekkingen, die kan worden berekend overeenkomstig het eerste lid.
a. een macro-deelbudget variabele kosten ziekenhuisverpleging (inclusief kosten specialistische hulp) ad. f 5.421.739.000,-, bestaande uit: a.1. een macro-deelbudget variabele kosten ziekenhuisverpleging (exclusief kosten specialistische hulp) ad. f 3.546.722.000,-;
a.2. een macro-deelbudget kosten specialistische hulp ad. f 1.875.017.000;
a.1. een macro-deelbudget variabele kosten ziekenhuisverpleging (exclusief kosten specialistische hulp) ad. f 3.546.722.000,-;
a.2. een macro-deelbudget kosten specialistische hulp ad. f 1.875.017.000;
b. een macro-deelbudget vaste kosten ziekenhuisverpleging ad. f 8.196.543.000,-;
c. een macro-deelbudget kosten overige verstrekkingen ad. f 7.907.918.000,-.
2. Voor de verdeling van de verstrekkingen naar de verschillende macro-deelbudgetten wordt aangesloten bij het Jaaroverzicht Zorg 1998 (JOZ 1998), waarbij tevens rekening wordt gehouden met de effecten van de herstructurering van de Ziekenfondswet1998, alsmede met het ter beschikking stellen van een bedrag ad f 30.000.000,-voor de oplossing van de wachtlijstproblematiek bij de ziekenhuizen.
De macro-deelbudgetten variabele kosten ziekenhuisverpleging en vaste kosten ziekenhuisverpleging (totale kosten ziekenhuisverpleging) omvatten de verstrekkingen die ten grondslag liggen aan de raming van de kosten voor algemene, categorale en academische ziekenhuizen, specialistische hulp, en overige voorzieningen curatieve zorg in het JOZ 1998, echter exclusief In Vitro Fertilisatie.
Het macro-deelbudget kosten overige verstrekkingen omvat alle overige ZFW-verstrekkingen die niet zijn opgenomen in de macro-deelbudgetten variabele kosten ziekenhuisverpleging en vaste kosten ziekenhuisverpleging.
3. Het macro-deelbudget, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt verdeeld in een budget voor elk ziekenfonds
Het macro-deelbudget, genoemd in het eerste lid, onder a.1., wordt verdeeld in een budget voor elk ziekenfonds. De verdeling geschiedt aan de hand van de productie-indicatoren verpleegdag, opname, dagverpleging en eerste polikliniekbezoek. Bij de verdeling wordt uitgegaan van de in tabel 1 geraamde macro-omvang van de productie-indicatoren voor ziekenfonds-verzekerden voor 1998.
[tabel]
Aan de productie-indicatoren worden de in tabel 2 genoemde prijzen gekoppeld.
[tabel]
Bij de verdeling worden voorts de verzekerdenaantallen gesplitst naar de criteria ’leeftijd’, ’geslacht’, ’regio’ en ’arbeidsongeschiktheid’. Aan de onderscheiden criteria worden gewichten toegekend. Bij de toepassing van de arbeids-ongeschiktheidsgewichten wordt onderscheid gemaakt naar leeftijd.
Bij de verdeling van het macro-deelbudget wordt uitgegaan van de arbeids-ongeschiktheidsgewichten zoals vermeld in tabel 3.
[tabel]
Op deze gewichten zal nog een herrekening plaatsvinden, op basis van de bij de Ziekenfondsraad ter beschikking staande gegevens, naar het totale ziekenfondsverzekerdenbestand.
Voor toepassing van de regiofactor wordt per ziekenfonds het aantal verzekerden geïnventariseerd per 4-cijferig postcodegebied. Deze verzekerden worden vervolgens ondergebracht in een vijftal klassen van stedelijkheid. Dit vindt plaats op basis van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hiervoor gehanteerde maatstaf: de gemeentelijke omgevingsadressendichtheid (OAD). Voor de vijf verschillende OAD-klassen worden de gewichten per productie-indicator gebruikt zoals opgenomen in tabel 4.
Tabel 4. Regiogewichten macro-deelbudget variabele kosten ziekenhuisverpleging exclusief kosten specialistische hulp
[tabel]
Op deze gewichten zal nog een herrekening plaatsvinden, op basis van de bij de Ziekenfondsraad ter beschikking staande gegevens, naar het totale ziekenfondsverzekerdenbestand.
Het macro-deelbudget, genoemd in het eerste lid, onder a.2., wordt verdeeld in een budget voor elk ziekenfonds. Bij de verdeling worden de verzekerdenaantallen gesplitst naar de criteria ’leeftijd’ en ’geslacht’. Aan de onderscheiden criteria worden gewichten toegekend.
4. Het macro-deelbudget, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt verdeeld in een budget voor elk ziekenfonds op basis van historische kosten (1996). Voor een nieuw ziekenfonds, dat geen rechtsopvolger van een of meer reeds bestaande ziekenfondsen is, kan worden uitgegaan van een andere basis.
5. Het macro-deelbudget, bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt verdeeld in een budget voor elk ziekenfonds. De verzekerdenaantallen worden gesplitst naar de criteria ’leeftijd’, ’geslacht’, ’regio’ en ’arbeidsongeschiktheid’.
Aan de onderscheiden criteria worden gewichten toegekend. De gewichten van de toegepaste arbeidsongeschikt-heidsfactoren zijn opgenomen in tabel 3.
Op deze gewichten zal nog een herrekening plaatsvinden, op basis van de bij de Ziekenfondsraad ter beschikking staande gegevens, naar het totale ziekenfondsverzekerdenbestand. Voor toepassing van de regiofactor wordt per ziekenfonds het aantal verzekerden geïnventariseerd per 4-cijferig postcodegebied. Deze verzekerden worden vervolgens ondergebracht in een vijftal klassen van stedelijkheid. Dit vindt plaats op basis van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hiervoor gehanteerde maatstaf: de gemeentelijke omgevingsadressendichtheid (OAD). Voor de vijf verschillende OAD-klassen worden de volgende gewichten gebruikt: de klassen 1 - 2 - 3 - 4 en 5 krijgen respectievelijk de gewichten 1,012 / 1,016 / 1,018 / 0,984 / 0,959.
6. De Ziekenfondsraad bepaalt per macro-deelbudget het gewicht van de onderscheiden criteria.
7. Bij de bepaling van het aantal ingeschreven verzekerden laat de Ziekenfondsraad de inschrijving buiten beschouwing van verzekerden aan wie de kosten van verstrekkingen en vergoedingen ingevolge artikel 4ten laste van de Algemene Kas middelen besteedbaar worden gesteld naar het werkelijke bedrag van die kosten. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing voor inschrijvingen met terugwerkende kracht, voorzover het betreft de periode waarover de inschrijving terugwerkt.
8. Van het totaal van de in het eerste lid genoemde macro-deelbudgetten wordt een gedeelte, tot een maximum van drie procent op jaarbasis van de in het eerste lid, onder a en c, genoemde macro-deelbudgetten, in verband met het verlenen van flexibele zorg vervangen door een door de Ziekenfondsraad vastgestelde subsidie.
9. Voor de toepassing van artikel 3wordt de in het achtste lid bedoelde subsidie aangemerkt als onderdeel van:
enerzijds het deelbudget vaste kosten ziekenhuisverpleging en anderzijds de deelbudgetten variabele kosten ziekenhuisverpleging (inclusief kosten specialistische hulp) en kosten overige verstrekkingen, indien het flexibele zorg betreft die in de plaats komt van ziekenhuisverpleging en/of medisch specialistische hulp volgens de in het tiende lid opgenomen verdeelsleutel;
het deelbudget kosten overige verstrekkingen, indien het flexibele zorg betreft die niet in de plaats komt van ziekenhuisverpleging en/of medisch specialistische hulp.
10. De verdeling, bedoeld in het vorige lid, is gelijk aan de verhouding tussen enerzijds de deelbudget vaste kosten ziekenhuisverpleging en anderzijds de deelbudgetten variabele kosten ziekenhuisverpleging (inclusief kosten specialistische hulp) en kosten overige verstrekkingen, die kan worden berekend overeenkomstig het eerste lid.