BWBR0008952
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 3
Besluit arbeidsinpassing en begeleiding sociale werkvoorziening
1. Bij het tot stand doen brengen van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in hoofdstuk 3 van de wet, draagt het gemeentebestuur zorg voor de arbeidsinpassing met inbegrip van de begeleiding van betrokkene op zijn werkplek.
2. Het gemeentebestuur schakelt bij zijn taak op grond van het eerste lid een begeleidingsorganisatie in. De begeleidingsorganisatie wordt ingeschakeld op het moment waarop enige dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst in het kader van de wet wordt beëindigd anders dan op grond van het door een betrokkene aanvaarden van andere arbeid in het kader van de wet. Het gemeentebestuur deelt betrokkene mede op welk moment voor hem een begeleidingsorganisatie wordt ingeschakeld.
3. Bij de arbeidsinpassing wordt rekening gehouden met wensen van betrokkene met betrekking de keuze van de begeleidingsorganisatie en de wensen en mogelijkheden van betrokkene met betrekking tot de aard van het werk en van de werkgever.
4. Het gemeentebestuur verstrekt bij het totstandkomen van de arbeidsovereenkomst aan de werkgever van betrokkene uit de voor hem beschikbare subsidie een loonkostensubsidie en een subsidie voor de noodzakelijke kosten van aanpassing van zijn werkplek en aan de begeleidingsorganisatie een vergoeding voor de kosten van arbeidsinpassing met inbegrip van de begeleiding van betrokkene op zijn werkplek.
5. De zorg van het gemeentebestuur voor het totstandbrengen van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid vervalt één jaar na het moment, bedoeld in artikel 3, tweede lid, tenzij door het gemeentebestuur anders wordt beslist.
2. Het gemeentebestuur schakelt bij zijn taak op grond van het eerste lid een begeleidingsorganisatie in. De begeleidingsorganisatie wordt ingeschakeld op het moment waarop enige dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst in het kader van de wet wordt beëindigd anders dan op grond van het door een betrokkene aanvaarden van andere arbeid in het kader van de wet. Het gemeentebestuur deelt betrokkene mede op welk moment voor hem een begeleidingsorganisatie wordt ingeschakeld.
3. Bij de arbeidsinpassing wordt rekening gehouden met wensen van betrokkene met betrekking de keuze van de begeleidingsorganisatie en de wensen en mogelijkheden van betrokkene met betrekking tot de aard van het werk en van de werkgever.
4. Het gemeentebestuur verstrekt bij het totstandkomen van de arbeidsovereenkomst aan de werkgever van betrokkene uit de voor hem beschikbare subsidie een loonkostensubsidie en een subsidie voor de noodzakelijke kosten van aanpassing van zijn werkplek en aan de begeleidingsorganisatie een vergoeding voor de kosten van arbeidsinpassing met inbegrip van de begeleiding van betrokkene op zijn werkplek.
5. De zorg van het gemeentebestuur voor het totstandbrengen van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid vervalt één jaar na het moment, bedoeld in artikel 3, tweede lid, tenzij door het gemeentebestuur anders wordt beslist.