BWBR0008900
Geldig vanaf 1997-09-26
Artikel 3
Besluit bijzondere akten van de burgerlijke stand
1. Tot het buiten de registers van de burgerlijke stand opmaken van de voorlopige akten van overlijden van militairen en van andere tot de krijgsmacht behorende personen die te velde, in de slag, of in 's Rijks dienst buiten Nederland zijn overleden, zijn mede bevoegd de officieren van administratie of van de militaire administratie, of degenen die als zodanig optreden. Is een zodanige officier of als zodanig optredend militair niet aanwezig, dan wijst de bevelvoerende officier een andere militair voor het opmaken van deze akten aan.
2. De in het eerste lid bedoelde militair die de voorlopige akte opmaakt, beoordeelt of de daar bedoelde omstandigheden zich voordoen.
3. Hij neemt bij het opmaken van de voorlopige akte, zoveel als het naar zijn oordeel mogelijk is, de artikelen 4tot en met 8, 11en 14, eerste lid, in acht.
4. Hij kan de voorlopige akte van overlijden ook opmaken indien van het overlijden geen aangifte is gedaan, doch het overlijden blijkt uit een rapport, afkomstig van het met berging, identificatie en begraven belaste onderdeel van de krijgsmacht.
2. De in het eerste lid bedoelde militair die de voorlopige akte opmaakt, beoordeelt of de daar bedoelde omstandigheden zich voordoen.
3. Hij neemt bij het opmaken van de voorlopige akte, zoveel als het naar zijn oordeel mogelijk is, de artikelen 4tot en met 8, 11en 14, eerste lid, in acht.
4. Hij kan de voorlopige akte van overlijden ook opmaken indien van het overlijden geen aangifte is gedaan, doch het overlijden blijkt uit een rapport, afkomstig van het met berging, identificatie en begraven belaste onderdeel van de krijgsmacht.