BWBR0008900
Geldig vanaf 1997-09-26
Artikel 11
Besluit bijzondere akten van de burgerlijke stand
1. De voorlopige akte van overlijden vermeldt in het eerste gedeelte achtereenvolgens:
a. de geslachtsnaam en de voornamen van de overledene;
b. de plaats en de dag van geboorte van de overledene;
c. het geslacht van de overledene;
d. de woonplaats of de gewone verblijfplaats van de overledene;
e. de dag, het uur en de minuut van overlijden;
f. de plaats van overlijden;
g. de geslachtsnaam en de voornamen van de persoon met wie de overledene ten tijde van het overlijden gehuwd was.
2. De akte vermeldt in het tweede gedeelte de geslachtsnaam en de voornamen van de ouders van de overledene.
3. De akte vermeldt in het derde gedeelte achtereenvolgens:
a. de geslachtsnaam en de voornamen van de persoon of van de personen, met wie de overledene eerder gehuwd was of door een geregistreerd partnerschap verbonden was;
b. de geslachtsnaam en de voornamen alsmede de plaats en de dag van geboorte van de aangever.
4. Indien een lijk is gevonden en de plaats of de dag van overlijden niet met voldoende nauwkeurigheid kan worden vastgesteld, vermeldt de akte in het eerste gedeelte achtereenvolgens:
a. de geslachtsnaam en de voornamen van de overledene;
b. de plaats en de dag van geboorte van de overledene;
c. het geslacht van de overledene;
d. de woonplaats of de gewone verblijfplaats van de overledene;
e. de plaats, de dag en het uur waarop het lijk is gevonden;
f. de geslachtsnaam en de voornamen van de persoon met wie de overledene ten tijde van het overlijden gehuwd was of door een geregistreerd partnerschap verbonden was.
5. De akte vermeldt in het tweede gedeelte de geslachtsnaam en de voornamen van de ouders van de overledene.
6. De akte vermeldt in het derde gedeelte: de geslachtsnaam en de voornamen van de persoon of van de personen, met wie de overledene eerder gehuwd was of door een geregistreerd partnerschap verbonden was;
7. De plaats waar het lijk is gevonden, wordt zo nauwkeurig mogelijk aangeduid.
a. de geslachtsnaam en de voornamen van de overledene;
b. de plaats en de dag van geboorte van de overledene;
c. het geslacht van de overledene;
d. de woonplaats of de gewone verblijfplaats van de overledene;
e. de dag, het uur en de minuut van overlijden;
f. de plaats van overlijden;
g. de geslachtsnaam en de voornamen van de persoon met wie de overledene ten tijde van het overlijden gehuwd was.
2. De akte vermeldt in het tweede gedeelte de geslachtsnaam en de voornamen van de ouders van de overledene.
3. De akte vermeldt in het derde gedeelte achtereenvolgens:
a. de geslachtsnaam en de voornamen van de persoon of van de personen, met wie de overledene eerder gehuwd was of door een geregistreerd partnerschap verbonden was;
b. de geslachtsnaam en de voornamen alsmede de plaats en de dag van geboorte van de aangever.
4. Indien een lijk is gevonden en de plaats of de dag van overlijden niet met voldoende nauwkeurigheid kan worden vastgesteld, vermeldt de akte in het eerste gedeelte achtereenvolgens:
a. de geslachtsnaam en de voornamen van de overledene;
b. de plaats en de dag van geboorte van de overledene;
c. het geslacht van de overledene;
d. de woonplaats of de gewone verblijfplaats van de overledene;
e. de plaats, de dag en het uur waarop het lijk is gevonden;
f. de geslachtsnaam en de voornamen van de persoon met wie de overledene ten tijde van het overlijden gehuwd was of door een geregistreerd partnerschap verbonden was.
5. De akte vermeldt in het tweede gedeelte de geslachtsnaam en de voornamen van de ouders van de overledene.
6. De akte vermeldt in het derde gedeelte: de geslachtsnaam en de voornamen van de persoon of van de personen, met wie de overledene eerder gehuwd was of door een geregistreerd partnerschap verbonden was;
7. De plaats waar het lijk is gevonden, wordt zo nauwkeurig mogelijk aangeduid.