BWBR0008872
Geldig vanaf 1997-09-22
Artikel 10
Regeling vluchtuitvoering ballonnen
1. Met ingang van een jaar na inwerkingtreding van deze regeling houdt de ondernemer een geactualiseerd en door de Minister van Verkeer en Waterstaat goedgekeurd vluchthandboek.
2. De ondernemer verstrekt alle wijzigingen en aanvullingen aan de personen die gebruik maken van het vluchthandboek.
3. In het vluchthandboek zijn tenminste opgenomen:
a. de instructies, welke de verantwoordelijkheid van de bij de vluchtuitvoe-ring betrokken personen in hoofdlijnen aangeven;
b. een samenvatting van de richtlijnen, bedoeld in artikel 9, tweede lid;
c. de samenstelling van de bemanning, waarbij tevens de opvolging in de gezagvoering is geregeld;
d. de procedure bij een noodtoestand tijdens een vlucht, de taken van elk lid van de bemanning tijdens een noodtoestand, alsmede de procedures voor de gezagvoerder wanneer hij een ongeval van een ander luchtvaartuig waarneemt;
e. de weerminima voor elke mogelijke soort vlucht, waaraan de actuele alsmede de voorspelde weersomstandigheden moeten voldoen, alvorens een vlucht te mogen aanvangen;
f. de methode waarmee de gegevens van de weersomstandigheden, bedoeld onder e, worden vergaard;
g. de omstandigheden waaronder ademhalingszuurstof wordt gebruikt;
h. een lijst van de mee te voeren uitrusting;
i. instructies voor het bepalen van de mee te voeren hoeveelheid brandstof;
j. de methode welke wordt toegepast om de bekwaamheid van de leden van de bemanning vast te stellen;
k. de instantie/organisatie aan wie de ondernemer melding doet als bedoeld in artikel 18 van deze regeling.
2. De ondernemer verstrekt alle wijzigingen en aanvullingen aan de personen die gebruik maken van het vluchthandboek.
3. In het vluchthandboek zijn tenminste opgenomen:
a. de instructies, welke de verantwoordelijkheid van de bij de vluchtuitvoe-ring betrokken personen in hoofdlijnen aangeven;
b. een samenvatting van de richtlijnen, bedoeld in artikel 9, tweede lid;
c. de samenstelling van de bemanning, waarbij tevens de opvolging in de gezagvoering is geregeld;
d. de procedure bij een noodtoestand tijdens een vlucht, de taken van elk lid van de bemanning tijdens een noodtoestand, alsmede de procedures voor de gezagvoerder wanneer hij een ongeval van een ander luchtvaartuig waarneemt;
e. de weerminima voor elke mogelijke soort vlucht, waaraan de actuele alsmede de voorspelde weersomstandigheden moeten voldoen, alvorens een vlucht te mogen aanvangen;
f. de methode waarmee de gegevens van de weersomstandigheden, bedoeld onder e, worden vergaard;
g. de omstandigheden waaronder ademhalingszuurstof wordt gebruikt;
h. een lijst van de mee te voeren uitrusting;
i. instructies voor het bepalen van de mee te voeren hoeveelheid brandstof;
j. de methode welke wordt toegepast om de bekwaamheid van de leden van de bemanning vast te stellen;
k. de instantie/organisatie aan wie de ondernemer melding doet als bedoeld in artikel 18 van deze regeling.