BWBR0008835
Geldig vanaf 1997-07-19
Artikel 7
Regeling voorwaarden en goedkeuring stemmachines 1997
1. De Minister kan een verleende goedkeuring van een prototype van een stemmachine of van een stemmachine voor gebruik bij de verkiezingen intrekken, indien:
a. het gebruik van de stemmachine tot bezwaren aanleiding geeft waardoor de goede gang van zaken bij de verkiezingen in gevaar wordt gebracht;
b. de bij de verkiezingen gebruikte stemmachines niet in voldoende mate overeenstemmen met het prototype dan wel niet voldoen aan de voorwaarden waaronder het prototype is goedgekeurd;
c. de aanvrager niet voldoet aan zijn verplichtingen op grond van artikel 6.
2. Indien de Minister het voornemen heeft om tot intrekking van een verleende goedkeuring over te gaan, doet de Minister hiervan mededeling aan de aanvrager en stelt deze in de gelegenheid het prototype van de stemmachine of een exemplaar van de bij de verkiezingen gebruikte stemmachine uit een door de aanvrager ter beschikking gesteld aantal van ten minste tien stuks aan een herkeuring door een keuringsinstelling te onderwerpen. De eerste volzin van dit artikellid is niet van toepassing indien de Minister voornemens is de goedkeuring in te trekken op grond van het eerste lid, onder b, en de Minister zijn oordeel heeft gebaseerd op de resultaten van een periodieke keuring, als bedoeld in artikel 6.
3. Vanaf het moment van mededeling aan de aanvrager van het voornemen tot intrekking van de goedkeuring, is de goedkeuring van de stemmachine voor onbepaalde tijd geschorst.
4. De keuringsinstelling stelt de Minister in kennis van de resultaten van de herkeuring.
5. Indien de resultaten van de herkeuring geen aanleiding geven tot de intrekking van de goedkeuring, heft de Minister de schorsing van de goedkeuring zo spoedig mogelijk op.
6. Van de schorsing van een goedkeuring, van de opheffing van de schorsing en van de intrekking van een goedkeuring wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
a. het gebruik van de stemmachine tot bezwaren aanleiding geeft waardoor de goede gang van zaken bij de verkiezingen in gevaar wordt gebracht;
b. de bij de verkiezingen gebruikte stemmachines niet in voldoende mate overeenstemmen met het prototype dan wel niet voldoen aan de voorwaarden waaronder het prototype is goedgekeurd;
c. de aanvrager niet voldoet aan zijn verplichtingen op grond van artikel 6.
2. Indien de Minister het voornemen heeft om tot intrekking van een verleende goedkeuring over te gaan, doet de Minister hiervan mededeling aan de aanvrager en stelt deze in de gelegenheid het prototype van de stemmachine of een exemplaar van de bij de verkiezingen gebruikte stemmachine uit een door de aanvrager ter beschikking gesteld aantal van ten minste tien stuks aan een herkeuring door een keuringsinstelling te onderwerpen. De eerste volzin van dit artikellid is niet van toepassing indien de Minister voornemens is de goedkeuring in te trekken op grond van het eerste lid, onder b, en de Minister zijn oordeel heeft gebaseerd op de resultaten van een periodieke keuring, als bedoeld in artikel 6.
3. Vanaf het moment van mededeling aan de aanvrager van het voornemen tot intrekking van de goedkeuring, is de goedkeuring van de stemmachine voor onbepaalde tijd geschorst.
4. De keuringsinstelling stelt de Minister in kennis van de resultaten van de herkeuring.
5. Indien de resultaten van de herkeuring geen aanleiding geven tot de intrekking van de goedkeuring, heft de Minister de schorsing van de goedkeuring zo spoedig mogelijk op.
6. Van de schorsing van een goedkeuring, van de opheffing van de schorsing en van de intrekking van een goedkeuring wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.