BWBR0008835
Geldig vanaf 1997-07-19
Artikel 2
Regeling voorwaarden en goedkeuring stemmachines 1997
1. De Minister wijst een of meer instellingen aan die bevoegd zijn tot het keuren van stemmachines. Aan zodanige aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden.
2. Voor een aanwijziging als bedoeld in het eerste lid komen in aanmerkingen instellingen die blijkens hun aanvraag tot aanwijzing aan de volgende voorwaarden voldoen:
a. bezit van rechtspersoonlijkheid;
b. beschikbaarheid van voldoende personeel, alsmede van de nodige middelen en uitrusting;
c. technische bekwaamheid en professionele integriteit van het personeel;
d. onafhankelijkheid bij de keuringen, het opstellen van verslagen en het afgeven van verklaringen van het kaderpersoneel en het technisch personeel ten aanzien van alle groeperingen en personen die rechtstreeks of indirect belangen hebben op het gebied van stemmachines;
e. bewaring van het beroepsgeheim door het personeel;
f. afsluiting van een verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid.
3. De Minister kan een verleende aanwijzing intrekken, indien:
a. de bij de aanvraag tot aanwijzing verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, indien bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest, of
b. de instelling niet langer voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het tweede lid.
2. Voor een aanwijziging als bedoeld in het eerste lid komen in aanmerkingen instellingen die blijkens hun aanvraag tot aanwijzing aan de volgende voorwaarden voldoen:
a. bezit van rechtspersoonlijkheid;
b. beschikbaarheid van voldoende personeel, alsmede van de nodige middelen en uitrusting;
c. technische bekwaamheid en professionele integriteit van het personeel;
d. onafhankelijkheid bij de keuringen, het opstellen van verslagen en het afgeven van verklaringen van het kaderpersoneel en het technisch personeel ten aanzien van alle groeperingen en personen die rechtstreeks of indirect belangen hebben op het gebied van stemmachines;
e. bewaring van het beroepsgeheim door het personeel;
f. afsluiting van een verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid.
3. De Minister kan een verleende aanwijzing intrekken, indien:
a. de bij de aanvraag tot aanwijzing verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, indien bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest, of
b. de instelling niet langer voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het tweede lid.