BWBR0008825
Geldig vanaf 1997-07-13
Artikel 3a
Regeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten
De eigenaar van een inrichting voor de eerste verwerking van primaire producten van dierlijke oorsprong treft alle nodige maatregelen:
a. opdat alleen landbouwhuisdieren worden aanvaard die afkomstig zijn van een bedrijf dat kan garanderen dat na toediening van diergeneesmiddelen aan die dieren de wachttermijnen in acht zijn genomen;
b. om zich ervan te vergewissen dat landbouwhuisdieren of producten van die dieren, die de inrichting worden binnengebracht: 1°. geen residuen van diergeneesmiddelen bevatten in een hoger gehalte dan is toegestaan voor die middelen;
2°. geen diergeneesmiddelen of substanties bevatten die ingevolge de communautaire regelgeving niet aan landbouwhuisdieren mogen worden toegediend.
1°. geen residuen van diergeneesmiddelen bevatten in een hoger gehalte dan is toegestaan voor die middelen;
2°. geen diergeneesmiddelen of substanties bevatten die ingevolge de communautaire regelgeving niet aan landbouwhuisdieren mogen worden toegediend.
a. opdat alleen landbouwhuisdieren worden aanvaard die afkomstig zijn van een bedrijf dat kan garanderen dat na toediening van diergeneesmiddelen aan die dieren de wachttermijnen in acht zijn genomen;
b. om zich ervan te vergewissen dat landbouwhuisdieren of producten van die dieren, die de inrichting worden binnengebracht: 1°. geen residuen van diergeneesmiddelen bevatten in een hoger gehalte dan is toegestaan voor die middelen;
2°. geen diergeneesmiddelen of substanties bevatten die ingevolge de communautaire regelgeving niet aan landbouwhuisdieren mogen worden toegediend.
1°. geen residuen van diergeneesmiddelen bevatten in een hoger gehalte dan is toegestaan voor die middelen;
2°. geen diergeneesmiddelen of substanties bevatten die ingevolge de communautaire regelgeving niet aan landbouwhuisdieren mogen worden toegediend.