BWBR0008818
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 4
Regeling ziektekostenvoorziening rijkspersoneel
1. Betrokkene in de zin van dit besluit is degene die behoort tot een van de volgende categorieën van personen:
a. degenen die op basis van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Ambtenarenreglement Staten-Generaal of ingevolge artikel 17 van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken in burgerlijke rijksdienst werkzaam zijn;
b. gewezen personeel als bedoeld in onderdeel a, dan wel gewezen personeel dat op basis van het Arbeidsovereenkomstenbesluit werkzaam was, waaraan wegens ontslag uit de betrekking een uitkering is toegekend krachtens of op de voet van het Rijkswachtgeldbesluit 1959, de Uitkeringsregeling 1966, de Werkloosheidswet, het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk, de Regeling uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag, het Besluit ontslaguitkering substantieel bezwarende functies, een vutovereenkomst als bedoeld in de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel of een WAO-conforme uitkering als bedoeld in artikel 32 van de Wet privatisering ABP;
c. degenen aan wie een pensioen is toegekend krachtens het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, genoemd in artikel 6 van de Wet privatisering ABP, en in de maand voorafgaande aan de pensionering behoorden tot de categorieën, bedoeld in onderdeel a of onderdeel b;
d. de krachtens het reglement, genoemd in onderdeel c, partnerpensioen genietende niet hertrouwde en niet bij een nieuw geregistreerd partnerschap dan wel aangemeld partnerschap in de zin van genoemd reglement betrokken personen die partner waren van degenen die op de dag van overlijden betrokkenen waren in de zin van dit besluit of betrokkenen zouden zijn geweest, indien dit besluit op die dag van kracht zou zijn geweest;
e. degenen die als betrokkenen in de zin van de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel zijn aangewezen bij: 1°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 5 januari 1981, AB81/U3, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 2), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
2°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 25 juni 1982, AB82/U1185, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 123), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
3°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 8 oktober 1982, AB82/U1889, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 205), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
4°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 25 maart 1992, AB92/U343, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 99), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
5°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 15 februari 1995, AB95/U224, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 38), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
6°. het Besluit van de Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken van 8 april 1981 respectievelijk 14 december 1981, AB81/U2154, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling, zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit.
1°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 5 januari 1981, AB81/U3, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 2), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
2°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 25 juni 1982, AB82/U1185, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 123), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
3°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 8 oktober 1982, AB82/U1889, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 205), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
4°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 25 maart 1992, AB92/U343, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 99), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
5°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 15 februari 1995, AB95/U224, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 38), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
6°. het Besluit van de Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken van 8 april 1981 respectievelijk 14 december 1981, AB81/U2154, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling, zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit.
2. Onze Minister kan ook andere categorieën van personen, wier bezoldiging, uitkering of pensioen direct of indirect komt ten laste van de algemene middelen van het Rijk, aanwijzen als betrokkenen in de zin van dit besluit.
a. degenen die op basis van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Ambtenarenreglement Staten-Generaal of ingevolge artikel 17 van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken in burgerlijke rijksdienst werkzaam zijn;
b. gewezen personeel als bedoeld in onderdeel a, dan wel gewezen personeel dat op basis van het Arbeidsovereenkomstenbesluit werkzaam was, waaraan wegens ontslag uit de betrekking een uitkering is toegekend krachtens of op de voet van het Rijkswachtgeldbesluit 1959, de Uitkeringsregeling 1966, de Werkloosheidswet, het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk, de Regeling uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag, het Besluit ontslaguitkering substantieel bezwarende functies, een vutovereenkomst als bedoeld in de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel of een WAO-conforme uitkering als bedoeld in artikel 32 van de Wet privatisering ABP;
c. degenen aan wie een pensioen is toegekend krachtens het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, genoemd in artikel 6 van de Wet privatisering ABP, en in de maand voorafgaande aan de pensionering behoorden tot de categorieën, bedoeld in onderdeel a of onderdeel b;
d. de krachtens het reglement, genoemd in onderdeel c, partnerpensioen genietende niet hertrouwde en niet bij een nieuw geregistreerd partnerschap dan wel aangemeld partnerschap in de zin van genoemd reglement betrokken personen die partner waren van degenen die op de dag van overlijden betrokkenen waren in de zin van dit besluit of betrokkenen zouden zijn geweest, indien dit besluit op die dag van kracht zou zijn geweest;
e. degenen die als betrokkenen in de zin van de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel zijn aangewezen bij: 1°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 5 januari 1981, AB81/U3, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 2), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
2°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 25 juni 1982, AB82/U1185, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 123), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
3°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 8 oktober 1982, AB82/U1889, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 205), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
4°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 25 maart 1992, AB92/U343, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 99), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
5°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 15 februari 1995, AB95/U224, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 38), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
6°. het Besluit van de Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken van 8 april 1981 respectievelijk 14 december 1981, AB81/U2154, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling, zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit.
1°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 5 januari 1981, AB81/U3, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 2), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
2°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 25 juni 1982, AB82/U1185, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 123), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
3°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 8 oktober 1982, AB82/U1889, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 205), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
4°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 25 maart 1992, AB92/U343, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 99), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
5°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 15 februari 1995, AB95/U224, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 38), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
6°. het Besluit van de Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken van 8 april 1981 respectievelijk 14 december 1981, AB81/U2154, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling, zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit.
2. Onze Minister kan ook andere categorieën van personen, wier bezoldiging, uitkering of pensioen direct of indirect komt ten laste van de algemene middelen van het Rijk, aanwijzen als betrokkenen in de zin van dit besluit.