BWBR0008817
Geldig vanaf 2000-02-18
Artikel 4
Regeling ziektekostenvoorziening defensiepersoneel
1. Betrokkene in de zin van dit besluit is:
a. gewezen militair personeel: 1° de gewezen militair ambtenaar in de zin van de Militaire ambtenarenwet 1931 aan wie wegens ontslag uit de dienst een wachtgeld- een werkloosheids-, dan wel een arbeidsongeschiktheidsuitkering of een uitkering ter zake van leeftijdsontslag is toegekend bij of krachtens een wet;
2° degene aan wie een pensioen is toegekend ingevolge de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen en die in de maand voorafgaande aan het pensioen een uitkering genoot als genoemd onder 1°;
1° de gewezen militair ambtenaar in de zin van de Militaire ambtenarenwet 1931 aan wie wegens ontslag uit de dienst een wachtgeld- een werkloosheids-, dan wel een arbeidsongeschiktheidsuitkering of een uitkering ter zake van leeftijdsontslag is toegekend bij of krachtens een wet;
2° degene aan wie een pensioen is toegekend ingevolge de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen en die in de maand voorafgaande aan het pensioen een uitkering genoot als genoemd onder 1°;
b. burgerlijk personeel: 1° degene die in een of meer betrekkingen op basis van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie werkzaam is;
2° degene die bij Defensie werkzaam is geweest op basis van het Burgerlijk ambtenarenreglement Defensie of een vroeger burgerlijk rechtspositiebesluit en aan wie wegens ontslag uit de betrekking een wachtgeld-, een werkloosheidsheids-, dan wel een arbeidsongeschiktheidsuitkering of een uitkering ter zake van vrijwillig vervroegd uittreden is toegekend bij of krachtens een wet;
3° degene aan wie een pensioen is toegekend krachtens het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, genoemd in artikel 6 van de Wet privatisering ABP, en die in de maand voorafgaande aan het pensioen behoorde tot degenen genoemd onder 1° of 2°;
1° degene die in een of meer betrekkingen op basis van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie werkzaam is;
2° degene die bij Defensie werkzaam is geweest op basis van het Burgerlijk ambtenarenreglement Defensie of een vroeger burgerlijk rechtspositiebesluit en aan wie wegens ontslag uit de betrekking een wachtgeld-, een werkloosheidsheids-, dan wel een arbeidsongeschiktheidsuitkering of een uitkering ter zake van vrijwillig vervroegd uittreden is toegekend bij of krachtens een wet;
3° degene aan wie een pensioen is toegekend krachtens het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, genoemd in artikel 6 van de Wet privatisering ABP, en die in de maand voorafgaande aan het pensioen behoorde tot degenen genoemd onder 1° of 2°;
c. nabestaanden: degene die als nabestaande partner van een betrokkene bedoeld onder a of b, dan wel van een persoon die, indien dit besluit op de dag van overlijden van toepassing zou zijn geweest, betrokkene ingevolge dit besluit zou zijn geweest, een nabestaandenpensioen geniet en niet is hertrouwd of een geregistreerd partnerschap is aangegaan.
d. degenen die als betrokkenen in de zin van de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel zijn aangewezen bij: 1°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Defensie van 17 juni 1985 respectievelijk 15 april 1985, AB85/U1335, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 123), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit; of
2°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Defensie van 8 juni 1988, AB87/23/U8, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 131), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit.
1°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Defensie van 17 juni 1985 respectievelijk 15 april 1985, AB85/U1335, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 123), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit; of
2°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Defensie van 8 juni 1988, AB87/23/U8, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 131), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit.
e. gewezen personeel als bedoeld onder a, waaraan wegens ontslag uit de betrekking een uitkering is toegekend op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of een uitkering op grond van de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Defensie.
2. Onze Minister kan ook andere categorieën van personen, wier bezoldiging, uitkering of pensioen direct of indirect komt ten laste van de algemene middelen van het Rijk, aanwijzen als betrokkenen in de zin van dit besluit.
a. gewezen militair personeel: 1° de gewezen militair ambtenaar in de zin van de Militaire ambtenarenwet 1931 aan wie wegens ontslag uit de dienst een wachtgeld- een werkloosheids-, dan wel een arbeidsongeschiktheidsuitkering of een uitkering ter zake van leeftijdsontslag is toegekend bij of krachtens een wet;
2° degene aan wie een pensioen is toegekend ingevolge de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen en die in de maand voorafgaande aan het pensioen een uitkering genoot als genoemd onder 1°;
1° de gewezen militair ambtenaar in de zin van de Militaire ambtenarenwet 1931 aan wie wegens ontslag uit de dienst een wachtgeld- een werkloosheids-, dan wel een arbeidsongeschiktheidsuitkering of een uitkering ter zake van leeftijdsontslag is toegekend bij of krachtens een wet;
2° degene aan wie een pensioen is toegekend ingevolge de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen en die in de maand voorafgaande aan het pensioen een uitkering genoot als genoemd onder 1°;
b. burgerlijk personeel: 1° degene die in een of meer betrekkingen op basis van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie werkzaam is;
2° degene die bij Defensie werkzaam is geweest op basis van het Burgerlijk ambtenarenreglement Defensie of een vroeger burgerlijk rechtspositiebesluit en aan wie wegens ontslag uit de betrekking een wachtgeld-, een werkloosheidsheids-, dan wel een arbeidsongeschiktheidsuitkering of een uitkering ter zake van vrijwillig vervroegd uittreden is toegekend bij of krachtens een wet;
3° degene aan wie een pensioen is toegekend krachtens het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, genoemd in artikel 6 van de Wet privatisering ABP, en die in de maand voorafgaande aan het pensioen behoorde tot degenen genoemd onder 1° of 2°;
1° degene die in een of meer betrekkingen op basis van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie werkzaam is;
2° degene die bij Defensie werkzaam is geweest op basis van het Burgerlijk ambtenarenreglement Defensie of een vroeger burgerlijk rechtspositiebesluit en aan wie wegens ontslag uit de betrekking een wachtgeld-, een werkloosheidsheids-, dan wel een arbeidsongeschiktheidsuitkering of een uitkering ter zake van vrijwillig vervroegd uittreden is toegekend bij of krachtens een wet;
3° degene aan wie een pensioen is toegekend krachtens het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, genoemd in artikel 6 van de Wet privatisering ABP, en die in de maand voorafgaande aan het pensioen behoorde tot degenen genoemd onder 1° of 2°;
c. nabestaanden: degene die als nabestaande partner van een betrokkene bedoeld onder a of b, dan wel van een persoon die, indien dit besluit op de dag van overlijden van toepassing zou zijn geweest, betrokkene ingevolge dit besluit zou zijn geweest, een nabestaandenpensioen geniet en niet is hertrouwd of een geregistreerd partnerschap is aangegaan.
d. degenen die als betrokkenen in de zin van de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel zijn aangewezen bij: 1°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Defensie van 17 juni 1985 respectievelijk 15 april 1985, AB85/U1335, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 123), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit; of
2°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Defensie van 8 juni 1988, AB87/23/U8, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 131), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit.
1°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Defensie van 17 juni 1985 respectievelijk 15 april 1985, AB85/U1335, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 123), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit; of
2°. het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Defensie van 8 juni 1988, AB87/23/U8, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Z.v.o.-regeling (Stcrt. 131), zoals dat besluit luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit.
e. gewezen personeel als bedoeld onder a, waaraan wegens ontslag uit de betrekking een uitkering is toegekend op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of een uitkering op grond van de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Defensie.
2. Onze Minister kan ook andere categorieën van personen, wier bezoldiging, uitkering of pensioen direct of indirect komt ten laste van de algemene middelen van het Rijk, aanwijzen als betrokkenen in de zin van dit besluit.