BWBR0008783
Geldig vanaf 1997-07-18
Artikel 21
Subsidieregeling stiller, schoner en zuiniger
1. De programmabeheerder stelt de subsidie vast overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening.
2. De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:
a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;
b. de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
c. de subsidie-ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid;
d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten.
3. Kosten die gelet op de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd, worden bij de vast-stelling van de subsidie niet in aanmerking genomen.
2. De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:
a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;
b. de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
c. de subsidie-ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid;
d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten.
3. Kosten die gelet op de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd, worden bij de vast-stelling van de subsidie niet in aanmerking genomen.