BWBR0008725
Geldig vanaf 01-08-1997
Artikel 8
Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten
1. De instellingen dienen binnen zes maanden na afloop van de periode waarvoor ingevolge artikel 3 van deze wet subsidie is verleend een aanvraag in tot vaststelling van subsidie.
2. Bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid toont de instelling aan dat de activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen, in de vorm van een activiteitenverslag.
3. Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, legt de instelling een financieel verslag over, waarin rekening en verantwoording wordt afgelegd omtrent de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn.
4. Artikel 4:75 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
2. Bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid toont de instelling aan dat de activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen, in de vorm van een activiteitenverslag.
3. Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, legt de instelling een financieel verslag over, waarin rekening en verantwoording wordt afgelegd omtrent de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn.
4. Artikel 4:75 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0008725
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl