BWBR0008658
Geldig vanaf 1997-05-01
Artikel IXA
Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen
1. In dit artikel wordt verstaan onder arbeidsongeschiktheidsuitkering: een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet of de <a href="/wet/BWBR0002524" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>of beide wetten.
2. De artikelen 5, 12, tweede tot en met vierde lid, en 23, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 18</a>, <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/21" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">21, tweede tot en met vierde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/32" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">32 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>, zoals die artikelen luidden op de dag, voorafgaande aan die waarop de wet van 6 november 1986, houdende nadere wijziging van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (nadere regeling in verband met verminderde gelegenheid tot het verkrijgen van arbeid) in werking is getreden, blijven van toepassing op de persoon die op die dag recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en op die dag de leeftijd van 35 jaar heeft bereikt.
3. De artikelen 5, 12, tweede tot en met vierde lid, en 23 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die artikelen luidden op de dag, voorafgaande aan die, waarop de wet van 6 november 1986, houdende nadere wijziging van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (nadere regeling in verband met verminderde gelegenheid tot het verkrijgen van arbeid) in werking is getreden, blijven van toepassing op de persoon, die op die dag recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van die wet.
4. Vanaf de datum dat de <a href="/wet/BWBR0006072" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen</a>(Stb. 1993, 412) in werking is getreden vinden de voorgaande leden nog slechts toepassing met betrekking tot personen die op die datum de leeftijd van 45 jaar hebben bereikt.
5. De uitkeringsgerechtigde op grond van de <a href="/wet/BWBR0002524" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>, die zowel op 31 december 1986, als op 1 januari 1987, recht had op een uitkering op grond van <a href="/wet/BWBR0002524" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">die wet</a>, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65% of 65 tot 80%, heeft, zolang hij in dezelfde arbeidsongeschiktheidsklasse blijft ingedeeld, in afwijking <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/21" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 21, tweede lid, van die wet</a>, recht op een uitkering die per dag, de zaterdagen en de zondagen niet meegerekend, bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van:
55–65%: 44% van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon
65–80%: 57% van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon.
6. Voor de toepassing van het vijfde lid wordt te rekenen vanaf 30 januari 1986 een herziening van een uitkering als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/38" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 38 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>geacht niet te hebben plaatsgevonden, indien de uitkeringsgerechtigde binnen 48 weken na de herziening weer wordt ingedeeld in dezelfde arbeidsongeschiktheidsklasse als voor die herziening.
2. De artikelen 5, 12, tweede tot en met vierde lid, en 23, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 18</a>, <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/21" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">21, tweede tot en met vierde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/32" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">32 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>, zoals die artikelen luidden op de dag, voorafgaande aan die waarop de wet van 6 november 1986, houdende nadere wijziging van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (nadere regeling in verband met verminderde gelegenheid tot het verkrijgen van arbeid) in werking is getreden, blijven van toepassing op de persoon die op die dag recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en op die dag de leeftijd van 35 jaar heeft bereikt.
3. De artikelen 5, 12, tweede tot en met vierde lid, en 23 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die artikelen luidden op de dag, voorafgaande aan die, waarop de wet van 6 november 1986, houdende nadere wijziging van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (nadere regeling in verband met verminderde gelegenheid tot het verkrijgen van arbeid) in werking is getreden, blijven van toepassing op de persoon, die op die dag recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van die wet.
4. Vanaf de datum dat de <a href="/wet/BWBR0006072" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen</a>(Stb. 1993, 412) in werking is getreden vinden de voorgaande leden nog slechts toepassing met betrekking tot personen die op die datum de leeftijd van 45 jaar hebben bereikt.
5. De uitkeringsgerechtigde op grond van de <a href="/wet/BWBR0002524" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>, die zowel op 31 december 1986, als op 1 januari 1987, recht had op een uitkering op grond van <a href="/wet/BWBR0002524" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">die wet</a>, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65% of 65 tot 80%, heeft, zolang hij in dezelfde arbeidsongeschiktheidsklasse blijft ingedeeld, in afwijking <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/21" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 21, tweede lid, van die wet</a>, recht op een uitkering die per dag, de zaterdagen en de zondagen niet meegerekend, bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van:
55–65%: 44% van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon
65–80%: 57% van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon.
6. Voor de toepassing van het vijfde lid wordt te rekenen vanaf 30 januari 1986 een herziening van een uitkering als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/38" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 38 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>geacht niet te hebben plaatsgevonden, indien de uitkeringsgerechtigde binnen 48 weken na de herziening weer wordt ingedeeld in dezelfde arbeidsongeschiktheidsklasse als voor die herziening.