BWBR0008656
Geldig vanaf 2014-06-04
Artikel 59
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
1. Indien ter zake van arbeidsongeschiktheid een herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met de artikelen 12 tot en met 17plaatsvindt of een anticumulatie als bedoeld in artikel 58is of wordt beëindigd en een recht ontstaat op uitkering op grond van de <a href="/wet/BWBR0019057" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen</a>uit hoofde van een dienstbetrekking die is aangevangen na het intreden van arbeidsongeschiktheid op grond waarvan een recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering is ontstaan, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voor zover deze de uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen overtreft, en in geval van een herziening in elk geval uitbetaald tot de hoogte van het bedrag onmiddellijk voorafgaande aan de herziening.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder arbeidsongeschiktheidsuitkering en uitkering op grond van de <a href="/wet/BWBR0019057" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen</a>tevens verstaan de vakantie-uitkering waarop uit hoofde van die uitkeringen recht bestaat, voorzover die vakantie-uitkering over dezelfde periode is berekend.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op de persoon die een uitkering ontvangt op grond van de vrijwillige verzekering als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0019057" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">paragraaf 2.2 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen</a>.
4. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als arbeidsongeschiktheidsuitkering van de verzekerde op wie artikel 58van toepassing is, in aanmerking genomen het bedrag van die uitkering nadat bedoeld artikel toepassing heeft gevonden.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld:
a. met betrekking tot het eerste lid;
b. ter voorkoming of beperking van samenloop van arbeidsongeschiktheidsuitkering met de in het eerste lid bedoelde uitkeringen in situaties waarin deze leden niet of onvoldoende voorzien.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder arbeidsongeschiktheidsuitkering en uitkering op grond van de <a href="/wet/BWBR0019057" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen</a>tevens verstaan de vakantie-uitkering waarop uit hoofde van die uitkeringen recht bestaat, voorzover die vakantie-uitkering over dezelfde periode is berekend.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op de persoon die een uitkering ontvangt op grond van de vrijwillige verzekering als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0019057" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">paragraaf 2.2 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen</a>.
4. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als arbeidsongeschiktheidsuitkering van de verzekerde op wie artikel 58van toepassing is, in aanmerking genomen het bedrag van die uitkering nadat bedoeld artikel toepassing heeft gevonden.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld:
a. met betrekking tot het eerste lid;
b. ter voorkoming of beperking van samenloop van arbeidsongeschiktheidsuitkering met de in het eerste lid bedoelde uitkeringen in situaties waarin deze leden niet of onvoldoende voorzien.