BWBR0008625 Geldig vanaf 1997-04-19
Artikel 2
Regeling inzake uitvoeringsvoorschriften krachtens de artikelen 33 en 35 van het BZA
1. De artikelen 1 tot en met 6 van het Uitkeringsreglement WW 1997 gelden voor zoveel mogelijk als uitvoeringsvoorschriften ten behoeve van een doelmatige controle van betrokkenen en als uitvoeringsvoorschriften met betrekking tot het genieten van vakantie tijdens de duur van de suppletie. Zulks met dien verstande dat voor de hierna te noemen begrippen uit het Uitkeringsreglement WW 1997 moet worden gelezen:
a. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
b. werknemer: betrokkene;
c. werkgever: het bevoegd gezag dat bevoegd is betrokkene ontslag te verlenen;
d. uitkering: suppletie.
2. Met betrekking tot het genieten van vakantie tijdens de duur van de suppletie gelden tevens als uitvoeringsvoorschriften de Regels betreffende het begrip vakantie en de perioden van vakantie met behoud van recht op uitkering, vastgesteld bij besluit van de Sociale Verzekeringsraad d.d. 23 januari 1992 (Stcrt. 1992, 19), met dien verstande dat voor uitkering dient te worden gelezen: suppletie.
3. Wijzigingen in het in het eerste lid genoemde Uitkeringsreglement WW 1997, onderscheidenlijk de in het tweede lid bedoelde Regels, gelden, voor zover deze als uitvoeringsvoorschriften van de Suppletieregeling zijn aangeduid, als wijzigingen van deze Uitvoeringsvoorschriften.
a. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
b. werknemer: betrokkene;
c. werkgever: het bevoegd gezag dat bevoegd is betrokkene ontslag te verlenen;
d. uitkering: suppletie.
2. Met betrekking tot het genieten van vakantie tijdens de duur van de suppletie gelden tevens als uitvoeringsvoorschriften de Regels betreffende het begrip vakantie en de perioden van vakantie met behoud van recht op uitkering, vastgesteld bij besluit van de Sociale Verzekeringsraad d.d. 23 januari 1992 (Stcrt. 1992, 19), met dien verstande dat voor uitkering dient te worden gelezen: suppletie.
3. Wijzigingen in het in het eerste lid genoemde Uitkeringsreglement WW 1997, onderscheidenlijk de in het tweede lid bedoelde Regels, gelden, voor zover deze als uitvoeringsvoorschriften van de Suppletieregeling zijn aangeduid, als wijzigingen van deze Uitvoeringsvoorschriften.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0008625
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl